Na wekenlang overleggen heeft de ministerraad ingestemd met de voorjaarsnota. Vanwege de tegenvallers in de begroting was natuurlijk al duidelijk dat deze voorjaarsnota niet alleen goed nieuws zou zijn. Vooral ondernemers en vermogenden krijgen te maken met een lastenverhoging. Welke fiscale voorstellen en wijzigingen zijn aangekondigd? Wij zetten de tien belangrijkste voor u op een rij.

Maatregelen voor ons allemaal

  1. Verhoging algemene tarief overdrachtsbelasting

Voor de aanschaf van onroerend goed door beleggers en rechtspersonen en voor woningen die niet als hoofdverblijf worden gebruikt, geldt nu het tarief van de overdrachtsbelasting tarief van 8%. Dit tarief wordt in 2023 verhoogd naar 10,1% in plaats van de eerder aangekondigde 9%. Dit algemene tarief geldt niet voor de verkrijging van woningen wanneer u hier zelf langdurig gaat wonen.

  1. Afbouw algemene heffingskorting

Voorgesteld is om naast het inkomen in box 1 ook het inkomen uit box 2 en 3 mee te laten tellen voor de afbouw van de algemene heffingskorting. Hierdoor ontvangen belastingplichtigen die voornamelijk inkomen hebben in box 2 of 3 een lagere korting op de te betalen belasting. Deze maatregel wordt ingevoerd per 2025.

  1. Belastingvrij vermogen box 3 omhoog gaat niet door

De eerder voorgestelde maatregel om het belastingvrij vermogen stapsgewijs te verhogen naar € 80.000 gaat niet door.

Belastingen voor ondernemers

  1. Box 2: introductie van twee schijven

Heeft u meer dan 5% van de aandelen, winstbewijzen of stemrecht in een vennootschap? Dan bent u aanmerkelijkbelanghouder. De inkomsten die u uit dit belang krijgt, zoals dividend, zijn belast in box 2 van de inkomstenbelasting. Het tarief bedraagt momenteel 26,9%.

Voorgesteld wordt om twee schijven te introduceren in box 2 met ingang van 2024. Namelijk 26% (tot € 67.000) en 29,5% voor het bedrag daarboven.

  1. Schijfgrenzen vennootschapsbelasting bijgesteld

Binnen de vennootschapsbelasting kennen we twee tariefschijven. De eerste schijfgrens wordt vanaf 2023 structureel verlaagd van € 395.000 euro naar € 200.000 euro. Hierdoor betalen internationale en nationale ondernemingen eerder het hoge Vpb-tarief van 25,8%.

  1. Aanscherping doelmatigheidsmarge fictief loonregeling

Als dga moet u jaarlijks een zogeheten ‘gebruikelijk loon’ uit uw bv opnemen. Het gebruikelijk loon moet volgens de wet minimaal worden vastgesteld op 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking. Of op het hoogste loon van de werknemers die in dienst zijn bij uw bv, indien een van deze bedragen meer is dan € 48.000.

Op het moment dat uw zakelijk loon hoger is dan € 48.000 (bedrag 2022), mag de doelmatigheidsmarge toegepast worden. De doelmatigheidsmarge houdt in dat het loon voor de dga 25% lager gesteld mag worden dan het bedrag dat een zakelijk loon zou vormen. Deze doelmatigheidsmarge wordt per 2023 verlaagd naar 15%. Hierdoor gaan dga’s meer belasting in box 1 betalen, aangezien dga’s die gebruik maken van deze doelmatigheidsmarge een hoger salaris gaan ontvangen.

  1. Afschaffing fiscale oudedagsreserve

Ondernemers in de inkomstenbelasting kunnen gebruikmaken van een speciale fiscale faciliteit om te sparen voor de oude dag: de fiscale oudedagsreserve. Vanaf 2023 kan er niet meer gefaciliteerd worden opgebouwd voor de fiscale oudedagsreserve. De reeds bestaande fiscale oudedagsreserve mag wel op basis van de huidige regels worden afgebouwd.

  1. Verhoging onbelaste reiskostenvergoeding naar 23 cent

De verhoging van de onbelaste reiskostenvergoeding wordt met een jaar versneld. Vermoedelijk stijgt het bedrag in 2023 naar 21 cent en in 2024 naar 23 cent per kilometer.

Belasting voor werknemers

  1. Aftopping 30%-regeling op €216.000

Volgens de  mogen werkgevers voor werknemers die uit het buitenland komen en een specifieke deskundigheid hebben, maximaal 30% van het salaris belastingvrij uitbetalen als tegemoetkoming in de extra kosten die dergelijke werknemers maken. Hiervoor gelden wel een aantal voorwaarden. De regeling geldt voor zowel inkomende als uitgaande expats.

Het kabinet wil deze 30%-regeling aftoppen tot op de Balkenende norm. Deze bedraagt momenteel € 216.000. Er komt een overgangsregeling met een ingroeipad van 3 jaar. Deze wijziging moet ingaan in 2024.

Belastingen en subsidies voor het klimaat

  1. Verminderen van subsidies

De subsidies in het Klimaat- en transitiefonds, en het Nationaal Groeifonds worden verlaagd met 2,2 miljard euro. Het betreft 880 miljoen euro voor het Klimaatfonds, 660 miljoen euro voor het transitiefonds en 660 miljoen euro voor het Nationaal Groeifonds.

Let op: het is nog niet bekend of alle plannen onverkort worden doorgevoerd. Ze moeten nog worden omgezet naar wetsvoorstellen en worden aangenomen. Wij houden u uiteraard op de hoogte.

Geschreven door:

Belastingadviseur Mariëlle Spuijbroek

mr. Mariëlle Spuijbroek

Partner en belastingadviseur