De steun aan bedrijven die getroffen zijn door de gevolgen van het coronavirus wordt verlengd tot 1 juli 2021. Wat wijzigt er? Wij zetten het per steunmaatregel in dit verzamelartikel uiteen.
- Verlenging van de NOW, maar dan soberder
- Tozo 3.0: introductie vermogenstoets
- TVL: hoger bedrag, strengere eisen
- Afbouwen fiscale maatregelen
- Verlenging van en mogelijk nieuwe kredietfaciliteiten
- Mogelijke verzekering evenementenbranche
- Aanvullend sociaal pakket
1. Verlenging van de NOW, maar dan soberder
De tegemoetkoming in de loonkosten voor bedrijven met een substantiële omzetdaling blijft van kracht voor een periode van drie kwartalen. Dit betekent dat de NOW doorloopt tot en met juni 2021. De NOW 3.0 wordt echter stapsgewijs soberder: ieder kwartaal worden de eisen voor de omzetdaling stapsgewijs aangescherpt en de hoogte van de tegemoetkoming verder afgebouwd. De verplichting voor werkgevers die NOW aanvragen om hun medewerkers te stimuleren om aan scholing te doen, blijft bestaan. Ook het verbod op uitkeren van dividend en bonusuitkeringen blijft gehandhaafd.
Vaste opslag van 40% op de loonkosten
Boven op de loonsom blijft een opslag op de loonkosten voor werkgeverslasten, voor onder andere vakantiegeld en pensioen, van 40% van kracht.
- NOW 3.0: oktober tot en met december 2020: In de eerste periode (van oktober tot en met december 2020) moet de omzetdaling nog steeds minstens 20% bedragen. De maximale vergoeding van de NOW 3.0 is 80% van de loonkosten bij 100% omzetverlies, in plaats van 90% zoals onder de NOW 1.0 en 2.0.
- NOW 3.0: januari tot en met maart 2021: In de tweede periode (van januari tot en met maart 2021) moet de omzetdaling ten minste 30% bedragen. De tegemoetkoming is dan maximaal 70% bij 100% omzetverlies.
- NOW 3.0: april tot en met juni 2021: In de derde periode (van april tot en met juni 2021) moet de omzetdaling ten minste 40% zijn. De tegemoetkoming is dan nog maar 60% bij 100% omzetverlies.
Beperkte loondaling zonder gevolgen voor NOW 3.0
Het kabinet heeft aangegeven dat werkgevers hun loonsom gedeeltelijk kunnen verlagen, zonder dat dit gevolgen heeft voor de tegemoetkoming via de NOW 3.0. In de eerste periode van drie maanden (oktober t/m december 2020) mag de loonsom 10% dalen. In de tweede periode (januari t/m maart 2021) mag dit 15% zijn en in de derde periode (april t/m juni) 20%. De reden van de loonsomdaling is voor de NOW 3.0 niet van belang. Dit kan het gevolg zijn van ontslagen of bijvoorbeeld door afspraken over het vrijwillig inleveren van salaris. Het is nog onduidelijk welke korting op de tegemoetkoming volgt als genoemde percentages worden overschreden.
Ontslagboetes NOW vervallen
Ondernemers krijgen geen korting meer op de NOW-subsidie als sprake is van ontslag om bedrijfseconomische redenen. Dit is bij de NOW 2.0 wel het geval. In de NOW 2.0 krijgt een ondernemer een boete als hij twintig of meer werknemers om bedrijfseconomische redenen ontslaat, zonder dat hierover overeenstemming is bereikt met de vakbond of een ander vertegenwoordigend orgaan.
Maximumloon voor de NOW 3.0
Het maximumloon dat voor de tegemoetkoming volgens de NOW 1.0 en 2.0 in aanmerking wordt genomen, is € 9.538 (2020) per maand. Dit maximum geldt ook in de eerste twee periodes van de NOW 3.0, dus tot en met maart 2021. In de derde periode van de NOW 3.0 (april t/m juni 2021) bedraagt het maximum van de tegemoetkoming nog maar € 4.769.
Aanvragen NOW 3.0 vanaf 16 november
Het kabinet streeft ernaar om de aanvraag voor de NOW 3.0 op 16 november 2020 te laten starten. U kunt dan voor de eerste periode van oktober tot en met december 2020 de aanvraag indienen. De aanvraagmogelijkheid staat los van eerdere aanvragen voor de NOW 1.0 en of de NOW 2.0. Ook de NOW 3.0 kan via het UWV worden aangevraagd.
Let op! De precieze voorwaarden van NOW 3.0 worden op dit moment nader uitgewerkt en zullen uiterlijk 1 oktober 2020 bekend worden gemaakt.
2. Tozo 3.0: introductie vermogenstoets
Ook de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (TOZO) wordt verlengd tot 1 juli 2021. Het belangrijkste verschil van de Tozo 3.0 met de eerdere regelingen is de invoering van een vermogenstoets.
Vermogenstoets Tozo 3.0
Ondernemers die meer dan € 46.520 aan direct beschikbare geldmiddelen bezitten, komen niet langer voor de Tozo in aanmerking. Denk hierbij aan contant geld, bank- en spaarsaldo en aandelen, obligaties en opties. Ander vermogen, zoals een bedrijfspand en machines, blijft buiten schot. Ook een eigen woning en afgeschermd pensioen tellen niet mee voor de grens van € 46.520.
Inkomenstoets partner blijft
De toets op het inkomen van de partner blijft van kracht. Er wordt niet gekeken naar levensvatbaarheid van het bedrijf en de kostendelernorm wordt ook nu niet toegepast. Deze norm betekent dat wanneer meerdere volwassenen samenwonen, de bijstandsuitkering lager wordt, omdat ervan uit wordt gegaan dat de kosten gedeeld worden.
Lening blijft mogelijk
Ook onder de Tozo 3.0 blijft een lening voor bedrijfskapitaal mogelijk. Het totale bedrag van de lening mag onder de Tozo 1.0, 2.0 en 3.0 samen niet meer bedragen dan € 10.157. Ondernemers die al een lening van deze omvang hebben gekregen, kunnen die dus niet nog een keer aanvragen.
Bbz na Tozo 3.0
De bestaande Bbz-regeling (Besluit bijstandsverlening zelfstandigen) blijft als vangnet dienen na de Tozo 3.0, die op 1 juli 2021 afloopt. Ook de Bbz voorziet in ondersteuning voor levensonderhoud en in krediet voor bedrijfskapitaal.
Heroriëntatie
Het kabinet vindt het belangrijk dat ondernemers die door de coronacrisis in moeilijkheden zijn gekomen, zich heroriënteren op hun toekomst. Daarom gaan gemeentes vanaf 1 januari 2021 deze ondernemers actief ondersteunen op het gebied van coaching, advies en bij- of omscholing.
Aanvragen
De regeling is aan te vragen tussen 1 oktober 2020 en 30 juni 2021. De startdatum van de aanvraagmogelijkheid kan per gemeente verschillen. Houd de website van uw gemeente in de gaten voor meer informatie.
3. TVL: hoger bedrag, strengere eisen
Ook de regeling Tegemoetkoming Vaste Lasten mkb (TVL) wordt verlengd tot 1 juli 2021. Belangrijke wijzigingen ten opzichte van de huidige TVL zijn dat het maximum van de vergoeding stijgt naar € 90.000 voor een periode van drie maanden. Ook moet het omzetverlies vanaf januari volgend jaar hoger zijn om nog voor de TVL in aanmerking te komen.
Drie periodes van een kwartaal
De nieuwe TVL uit het derde steunpakket kent drie periodes van een kwartaal. Net als bij de NOW 3.0 zijn dit de periodes oktober t/m december 2020, januari t/m maart 2021 en april t/m juni 2021. In deze drie periodes kan de tegemoetkoming telkens per periode maximaal € 90.000 bedragen. Dit is € 40.000 meer dan onder de huidige TVL.
Groter omzetverlies nodig voor TVL
In de TVL uit het tweede steunpakket moet het omzetverlies minimaal 30% bedragen. Voor de nieuwe TVL moet het omzetverlies in de eerste periode (oktober t/m december 2020) net als bij de huidige TVL minimaal 30% bedragen. Voor de tweede periode (januari t/m maart 2021) is een minimum omzetverlies vereist van 40%. Voor de derde periode (april t/m juni 2021) is dit 45%.
Gedeeltelijke dekking
Net als onder de TVL uit het tweede steunpakket is er voor de nieuwe regeling slechts dekking voor 50% van de vaste lasten. Voor de berekening wordt ook nu uitgegaan van branchegemiddelden, op basis van cijfers van het CBS. Op basis van dit gemiddelde en het omzetverlies wordt een TVL verstrekt van 50%.
Alleen TVL voor specifieke branches in het mkb
De tegemoetkoming is en blijft alleen beschikbaar voor specifieke branches in het mkb. Dit betekent dat uw bedrijf moet beschikken over de juiste SBI-code. Verder moet uw bedrijf onder andere minder dan 250 werknemers in dienst hebben. Tot slot moet uw bedrijf per kwartaal minstens € 4.000 aan vaste lasten hebben. Voor de TVL uit het tweede steunpakket is dit nu voor een periode van vier maanden. Een bedrijf moet dus onder de nieuwe TVL meer vaste lasten hebben om voor de tegemoetkoming in aanmerking te komen.
Aanvragen
U kunt de TVL uit het derde steunpakket voor de eerste periode van oktober t/m december 2020 vanaf 1 oktober 2020 tot en met 29 januari 2021 aanvragen bij RVO.nl. U moet voor iedere periode apart een aanvraag indienen.
4. Afbouwen fiscale maatregelen
De bestaande versoepeling van fiscale regels vanwege de coronacrisis, zoals uitstel van betaling en verlaging van belastingrente, wordt afgebouwd. Het uitstel van belastingen kunt u krijgen voor onder meer de inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, omzetbelasting (btw) en loonbelasting,
Uitstel tot uiterlijk 1 januari 2021
Ondernemers kunnen nog tot 1 oktober 2020 uitstel van belastingbetaling of een verlenging van het uitstel aanvragen bij de Belastingdienst. Daarmee loopt voor alle ondernemers het uitstel uiterlijk op 1 januari 2021 af. Vanaf 1 januari 2021 is uitstel niet meer mogelijk.
Aflossen belastingschulden
Ondernemers die geen uitstel of verlengd uitstel bij de Belastingdienst aanvragen, moeten hun belastingschulden in principe in 24 maanden aflossen. Heeft u uitstel gekregen, dan moet u uiterlijk per 1 januari 2021 met aflossen te starten. Lees hier meer over welke opties u heeft nu de eerste periode van uitstel van betaling eindigt.
Maatwerk bij aflosproblemen?
Wanneer aflossen niet mogelijk is, wordt bekeken of een maatwerkoplossing mogelijk is, zoals langer uitstel van betaling. In die gevallen is een verklaring van een derde-deskundige zoals een accountant nodig. Hieruit moet blijken dat er liquiditeitsproblemen zijn, dat deze tijdelijk zijn, dat ze vóór een afgesproken datum worden opgelost. Ook moet blijken dat de onderneming levensvatbaar is. De Belastingdienst beraadt zich nog over uitbreiding van de bestaande mogelijkheid tot schuldsanering.
Invorderingsrente blijft laag
Invorderingsrente moet betaald worden als belastingschulden niet tijdig zijn voldaan. De invorderingsrente is vanwege de coronacrisis verlaagd naar 0,01%. Ondernemers hoeven dus nauwelijks rente te betalen over de belastingschuld gedurende het uitstel van betaling. De verlaagde invorderingsrente van 0,01% blijft nog tot en met 31 december 2021 van kracht.
Belastingrente per 1 oktober 2020 omhoog
Ondernemers betalen belastingrente als een aanslag door de schuld van de ondernemer te laat kan worden vastgesteld of als de Belastingdienst afwijkt van de aangifte. De belastingrente bedraagt nu ook 0,01%, maar dit percentage zal per 1 oktober 2020 weer teruggaan naar het oorspronkelijke niveau van 4%. De belastingrente voor de vennootschapsbelasting (Vpb) zal tot en met 31 december 2021 ook 4% bedragen (in plaats van het oorspronkelijke niveau van 8%).
Reisaftrek verruimd
In de inkomstenbelasting bestaat de reisaftrek voor woon-werkverkeer dat met het openbaar vervoer wordt afgelegd en waarvoor de werknemer geen vergoeding van de werkgever krijgt. Sommige thuiswerkers reizen veel minder naar hun werk. Daardoor hebben ze recht op minder reisaftrek, terwijl de kosten vaak gewoon doorlopen. Daarom wordt voor 2020 de reisaftrek in de inkomstenbelasting toegepast alsof de werknemer zijn reispatroon van vóór de coronacrisis heeft voortgezet. Voorwaarde is wel dat de reiskosten ongewijzigd zijn.
5. Verlenging van en mogelijk nieuwe kredietfaciliteiten
Tal van kredietfaciliteiten blijven ook na 1 oktober 2020 van kracht. Het is nog niet bekend of de voorwaarden nog worden gewijzigd. De verlenging betreft onder meer de Borgstelling MKB-kredieten (BMKB) en de regeling Klein Krediet Corona (KKC). Het kabinet onderzoekt verder samen met de reisbranche de haalbaarheid en wenselijkheid van een kredietfaciliteit gekoppeld aan bestaande vouchers. Mocht blijken dat een rol voor de overheid hierin aantoonbaar doelmatig en wenselijk is, dan zal het kabinet zich daarop beraden.
6. Mogelijke verzekering evenementenbranche
In de evenementenbranche wordt gesproken over nieuwe verzekeringsinstrumenten, waarmee activiteiten mogelijk hervat kunnen worden. Mocht ook hier blijken dat een rol voor de overheid hierin aantoonbaar doelmatig en wenselijk is, dan zal het kabinet zich ook daarop beraden.
7. Aanvullend sociaal pakket
Vanwege het verlies aan banen vanwege corona, wordt zo’n € 1,4 miljard uitgetrokken voor tal van sociale maatregelen, zoals begeleiding bij het vinden van nieuw werk door het UWV en gemeentes. Ook is dit geld beschikbaar voor om- en bijscholing en extra ondersteuning voor mensen die kwetsbaar zijn, zoals jongeren en mensen in de banenafspraak (voor mensen met een arbeidsbeperking). Daarnaast komt er steun voor mensen met een hoog risico op armoede en problematische schulden.
Kennisdossier op onze website
Wilt u weten welke mogelijkheden u heeft om uw bedrijfsproces af te stemmen op de huidige genomen maatregelen in verband met het coronavirus ? Of wat u kunt doen om uw bedrijf gezond te houden? Op onze website hebben we een pagina ingericht waar ons specialistenteam corona de komende tijd regelmatig haar kennis met u deelt. Houd deze pagina in de gaten, zodat u de juiste keuzes kunt maken voor uw organisatie. Heeft u specifieke vragen over de gevolgen voor uw organisatie? Neem dan zeker contact op met uw contactpersoon bij Moore DRV of vul onderstaand contactformulier in.