Als werkgever heeft u voor bepaalde groepen werknemers die moeilijker aan het werk komen – onder voorwaarden – recht op een tegemoetkoming in de loonkosten. Dit is vastgelegd in de Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl). In dit artikel zetten wij de voorwaarden van de tegemoetkomingen voor u op een rij.
De tegemoetkomingen in de loonkosten bestaan uit een vast bedrag per verloond uur met een vast maximaal bedrag per jaar. Er zijn verschillende vormen waar werkgevers in 2024 in aanmerking kunnen komen: het loonkostenvoordeel (LKV), lage-inkomensvoordeel (LIV) en het jeugd-lage-inkomensvoordeel (jeugd-LIV).
- Loonkostenvoordelen
- Lage-inkomensvoordeel
- Jeugd-LIV
- Bijzondere tegemoetkomingen voor werknemers met een arbeidsbeperking
- Hulp nodig bij het bepalen en aanvragen van subsidies
Loonkostenvoordelen
Om voor loonkostenvoordelen in aanmerking te komen, moet u aan een aantal voorwaarden voldoen. Zo moet uw werknemer verzekerd zijn voor werknemersverzekeringen en mag hij of zij de AOW-leeftijd nog niet hebben bereikt. Voor het loonkostenvoordeel voor oudere werknemers moet de werknemer bij aanvang van de dienstbetrekking 56 jaar of ouder zijn. Voor de overige loonkostenvoordelen moet het gaan om een werknemer met een arbeidsbeperking.
Vier soorten loonkostenvoordelen
- Voor oudere werknemers.
- Voor arbeidsgehandicapte werknemers.
- Voor de doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden.
- Voor het herplaatsen van een arbeidsgehandicapte werknemer.
Tip! Per loonkostenvoordeel verschillen de voorwaarden om ervoor in aanmerking te komen. Neem voor de exacte voorwaarden contact op met onze salarisadviseurs.
Wanneer heeft u recht op een LKV?
U heeft recht op een LKV vanaf het moment dat de werknemer bij u in dienst komt. Loonkostenvoordelen gelden echter voor maximaal drie jaar. Nadat uw werknemer de AOW-leeftijd bereikt, heeft u geen recht meer op het LKV. Voor het LKV voor het herplaatsen van een arbeidsgehandicapte werknemer geldt maximaal één jaar.
Bedragen LKV voor 2024
Hoeveel loonkostenvoordeel krijgt u? Dat hangt af van het aantal verloonde uren en van het soort loonkostenvoordeel. De bedragen voor 2024, die in 2025 worden uitbetaald, zijn:
| Loonkostenvoordeel | Bedrag per verloond uur | Maximumbedrag per jaar |
|---|---|---|
| Oudere werknemer* | € 3,05 | € 6.000 |
| Arbeidsgehandicapte werknemer | € 3,05 | € 6.000 |
| Doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden | € 1,01 | € 2.000 |
| Herplaatsen arbeidsgehandicapte werknemer | € 3,05 | € 6.000 |
*Zie plannen LKV oudere werknemer
Plannen LKV oudere werknemer
Er is een wetsvoorstel ingediend om het LKV voor oudere werknemers stapsgewijs af te bouwen. Dit heeft gevolgen voor werknemers die vanaf 1 januari 2024 in dienst zijn gekomen.
Wat verandert er?
- Voor werknemers die in of na 2024 zijn gestart, wordt het LKV oudere werknemer per 1 januari 2025 verlaagd naar € 1,35 per verloond uur (met een maximum van € 2.600 per jaar).
- Per 1 januari 2026 wordt het LKV oudere werknemers volledig afgeschaft voor deze groep.
Heeft u werknemers in dienst die zowel ouder zijn als een arbeidsbeperking hebben? Dan kunt u mogelijk aanspraak maken op het LKV arbeidsgehandicapte werknemers. Dit LKV wordt namelijk niet afgeschaft en bedraagt ook € 3,05 per verloond uur met een maximum van € 6.000. Kunt u een beroep doen op het LKV arbeidsgehandicapte werknemer? Dan wordt u niet geraakt door de mogelijke afbouw van het LKV oudere werknemer.
Hoe vraagt u LKV aan?
U vraagt het loonkostenvoordeel aan in uw aangifte loonheffingen door de indicatie voor het LKV aan te zetten. Zonder deze indicatie ontvangt u geen LKV. De aanvraag kunt u doen zodra u een doelgroepverklaring van uw werknemer heeft. In de doelgroepverklaring staat voor welk loonkostenvoordeel de verklaring is afgegeven en de voorwaarden waaraan uw werknemer voldoet. De doelgroepverklaring vraagt uw werknemer aan bij het UWV. Tenzij uw werknemer 56 jaar of ouder is en een uitkering van de gemeente ontvangt, dan vraagt hij hem aan bij de gemeente. Deze wordt alleen verstrekt aan de werknemer, tenzij deze u gemachtigd heeft om de verklaring aan te vragen en te ontvangen.
Let op! De doelgroepverklaring moet tijdig aangevraagd worden: binnen drie maanden na aanvang van de dienstbetrekking. Als de aanvraag te laat binnen is, krijgt uw werknemer geen doelgroepverklaring meer en kunt u geen aanspraak maken op het LKV.
U krijgt vóór 15 maart een voorlopige berekening van de loonkostenvoordelen waar u voor uw werknemers over het voorgaande jaar recht op heeft. De berekening is gebaseerd op de aangiften en correcties over het voorgaande jaar die u tot en met 31 januari van het daaropvolgende jaar heeft gedaan. Deze correcties worden nog meegenomen in de definitieve berekening van uw loonkostenvoordelen. De definitieve berekening van uw loonkostenvoordelen ontvangt u vóór 1 augustus van de Belastingdienst op basis van de berekening van het UWV.
Let op! U kunt tot en met 1 mei correcties over het voorgaande jaar insturen.
Plannen voor wijzigen LKV banenafspraak
Het kabinet is voornemens het LKV banenafspraak vanaf 2025 op een aantal punten te wijzigen. De belangrijkste wijzigingen zijn:
- Het LKV banenafspraak wordt structureel. De looptijd van 3 jaar komt te vervallen. In plaats daarvan kan de werkgever zolang de dienstbetrekking duurt dit LKV krijgen voor een werknemer uit de doelgroep banenafspraak.
- De doelgroepverklaring voor het LKV banenafspraak wordt afgeschaft. Een doelgroepverklaring is dan niet meer nodig om in aanmerking te komen voor het LKV banenafspraak. U kunt als werkgever in het doelgroepregister zien welke werknemers tot de doelgroep behoren.
- De doelgroep van het LKV banenafspraak wordt gelijk getrokken met de doelgroep van de banenafspraak. Dit betekent dat de werkgevers straks ook LKV kunnen krijgen voor Wsw’ers die gedetacheerd zijn bij een reguliere werkgever.
Lage-inkomensvoordeel
Om in aanmerking te komen voor het lage-inkomensvoordeel (LIV), moet u aan de volgende voorwaarden voldoen:
- Het gemiddelde uurloon van uw werknemer bedraagt in 2024 minimaal €14,33 maar niet meer dan € 14,91.
- Uw werknemer heeft bij u minimaal 1.248 verloonde uren in een kalenderjaar.
- Uw werknemer heeft de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet bereikt.
- Uw werknemer is verzekerd voor werknemersverzekeringen.
Let op! Voor de vaststelling van het totale jaarloon telt alles mee. Bijzondere toeslagen voor bijvoorbeeld overwerk zullen dus van invloed zijn op het gemiddelde uurloon, waardoor er mogelijk geen recht bestaat op het LIV.
Tip! Eindheffingsbestanddelen tellen niet mee voor de vaststelling van het jaarloon. Dit betekent dat vergoedingen en verstrekkingen die u onderbrengt in uw vrije ruimte voor de werkkostenregeling niet van invloed zijn op het recht op het LIV.
Bedragen LIV voor 2024
Het LIV bestaat uit een vast bedrag per verloond uur. Per 1 januari 2024 is de bovengrens van het uurlooncriterium van het LIV verlaagd. Dit betekent dat u nu als werkgever in aanmerking kunt komen voor het LIV voor werknemers met een gemiddeld uurloon tot 104% van het wettelijk minimumloon. Voorheen moest dit liggen tussen de 100% en 125% van het wettelijk minimumloon. De bedragen voor 2024 zijn:
| Gemiddeld uurloon | LIV per werknemer per verloond uur | Maximale LIV per werknemer per jaar (bij een 40-urige werkweek) |
|---|---|---|
| € 14,33-€ 14,91 | € 0,49 | € 960 |
De voorwaarde van 1.248 verloonde uren per kalenderjaar geldt ook als de werknemer in de loop van het jaar bij u in dienst komt. De 1.248 uren worden dan niet evenredig verminderd.
Hoe vraagt u het LIV aan?
U hoeft het LIV niet aan te vragen. Het UWV bepaalt op basis van de polisadministratie voor welke werknemers u er recht op heeft. Het is erg belangrijk dat u het aantal verloonde uren in uw loonaangifte dus goed invult. De Belastingdienst betaalt het LIV over het voorgaande jaar in het daaropvolgende jaar aan u uit als uit uw aangiften loonheffingen blijkt dat u er recht op heeft. Ook voor het LIV geldt: u krijgt vóór 14 maart een voorlopige berekening en u kunt tot en met 1 mei correcties over het voorgaande jaar insturen. De definitieve berekening van het LIV ontvangt u vóór 1 augustus.
Plannen afschaffing LIV
Het kabinet heeft plannen om het LIV per 1 januari 2025 af te schaffen. Als dit wetsvoorstel wordt aangenomen, krijgt de werkgever vanaf 2025 geen LIV meer over de verloonde uren voor werknemers met een gemiddeld uurloon rond het minimumloon. In 2025 vindt dan nog wel de betaling plaats van het LIV over de verloonde uren in 2024.
Jeugd-LIV
Het jeugd-LIV is een tegemoetkoming in de loonkosten voor werkgevers wanneer zij jongeren van 18 tot en met 20 jaar in dienst hebben die het minimumjeugdloon verdienen. Deze tegemoetkoming is per 1 januari 2024 afgeschaft. Dit betekent dat een werkgever geen jeugd-LIV meer krijgt over de verloonde uren voor werknemers in de leeftijd van 18, 19 en 20 jaar die het minimumjeugdloon verdienen.
Tip! In 2024 vindt nog wel een betaling plaats van het jeugd-LIV over de verloonde uren in 2023.
Bedragen jeugd-LIV over het jaar 2023, te ontvangen in 2024
Het jeugd-LIV bestaat ook uit een vast bedrag per verloond uur. Over 2023 worden, net als in voorgaande jaren, de volgende bedragen gehanteerd:
| Leeftijd op 31 december 2022 | Jeugd-LIV per uur over 2023 | Maximaal jeugd-LIV per werknemer over 2023 |
|---|---|---|
| 20 jaar | € 0,30 | € 613,60 |
| 19 jaar | € 0,08 | € 166,40 |
| 18 jaar | € 0,07 | € 135,20 |
Hoe vraagt u het jeugd-LIV aan?
Ook het jeugd-LIV hoeft u niet aan te vragen. Het UWV bepaalt ook hierbij op basis van de polisadministratie voor welke werknemers u er recht op heeft. U krijgt vóór 14 maart een voorlopige berekening van de Belastingdienst en kunt u tot en met 1 mei correcties over het voorgaande jaar insturen.
Let op! Als u de voorlopige berekeningen voor het LKV en (jeugd-)LIV niet heeft ontvangen vóór 1 maart terwijl u er wel recht op heeft, is dit nog tot en met 1 mei te corrigeren. Dat doet u door een correctie over het voorafgaande jaar in te sturen.
Indien u voor een bepaalde werknemer in aanmerking komt voor meerdere tegemoetkomingen, bijvoorbeeld zowel het LKV als het LIV, dan wordt alleen het hoogste bedrag uitbetaald. Zijn de bedragen van het LKV en het LIV hetzelfde? Dan wordt alleen het LKV uitbetaald. Een LKV en het jeugd-LIV kunnen wel samengaan.
Bijzondere tegemoetkoming voor werknemers met een arbeidsbeperking
Naast voorgaande tegemoetkomingen in de loonkosten zijn er nog twee vormen die voor werknemers met een arbeidsbeperking gelden: loonkostensubsidie en loondispensatie.
Bij deze twee vormen betaalt u alleen voor de werkelijke arbeidsproductiviteit.
1. Loonkostensubsidie
Als werkgever kunt u in aanmerking komen voor loonkostensubsidie voor werknemers met een arbeidsbeperking. Deze subsidie is bedoeld voor medewerkers die niet in staat zijn om met voltijds werken 100% van het wettelijk minimumloon te verdienen (en die onder de gemeentelijke doelgroep Participatiewet vallen). Deze subsidie wordt verstrekt door de gemeente waar de werknemer woont. Daar kunt u ook de aanvraag indienen.
Hoe werkt het?
De hoogte van de loonkostensubsidie wordt bepaald door middel van een loonwaardebepaling. Hierbij wordt de productiviteit van de werknemer vastgesteld. De subsidie bedraagt maximaal 70% van het wettelijk minimumloon.
Om mensen snel te kunnen plaatsen, kunt u in het eerste half jaar van een dienstverband van een werknemer gebruikmaken van een bijzondere vorm van de loonkostensubsidie: de forfaitaire loonkostensubsidie. Met deze subsidie kunt u het eerste halfjaar van een dienstverband een loonkostensubsidie van 50% van het minimumloon krijgen. U moet dit wel met de gemeente regelen.
2. Loondispensatie
Als werkgever kunt u loondispensatie aanvragen bij het UWV voor werknemers met een Wajong-uitkering, of tijdelijk voor werknemers met een IVA-uitkering of werknemers met een Wajong-uitkering zonder arbeidsvermogen. Hiermee vraagt toestemming aan het UWV om minder dan het wettelijk minimumloon uit te betalen aan de werknemer. Dit doet u door het invullen van het formulier ‘Aanvragen loondispensatie’.
Bij loondispensatie betaalt de werkgever tijdelijk minder loon aan een werknemer die minder werk aan kan dan de andere werknemers. Een arbeidsdeskundige van het UWV beoordeelt of de werknemer minder presteert door zijn ziekte of handicap en bepaalt dan welk percentage van het wettelijk minimumloon u aan de werknemer moet betalen. De werknemer krijgt mogelijk van het UWV nog een aanvulling op het salaris.
Let op! Loondispensatie ontvangt u minimaal een halfjaar en maximaal vijf jaar, maar het is mogelijk om een verlenging aan te vragen.