Artikel

Fiets van de zaak?
Dit zijn de regels in 2025!

Een fiets van de zaak voor uw medewerkers? Sinds enkele jaren geldt er een nieuwe bijtellingsregeling voor de fiets van de zaak. Dit bijtellingspercentage bedraagt 7%. Wat zijn de fiscale voorwaarden voor deze regeling, welk type fiets valt hieronder en hoe zit het met privégebruik? Wij zetten de regels voor u uiteen.

  1. Bijtelling voor de ter beschikking gestelde fiets
  2. Wel of geen privégebruik
  3. Fiscale definitie van een fiets
  4. Bijtelling over de consumentenadviesprijs
  5. Btw aftrekbaar onder voorwaarden
  6. Eigen bijdrage voor privégebruik
  7. Investeringsaftrek

Bijtelling voor de fiets

Eigendom van de werkgever

Voor de bijtelling van de fiets van de zaak geldt een forfait van 7% van de consumentenadviesprijs als de werkgever ‘ook voor privégebruik’ een fiets ter beschikking stelt aan de werknemer. Dit betekent dat de fiets eigendom blijft van de werkgever of door de werkgever wordt geleaset. Als de werknemer deze fiets gebruikt voor zijn woon-werkverkeer of voor zakelijke ritten, kan er voor die ritten geen sprake meer zijn van een onbelaste reiskostenvergoeding. De werknemer gebruikt immers geen privévervoermiddel voor deze ritten.

Als de werkgever een fiets ter beschikking stelt, kunnen werkgever en werknemer samen kiezen voor een cafetariaregeling. De werknemer levert dan brutoloon in en krijgt in ruil daarvoor de fiets ter beschikking gesteld. Fiscaal levert dat een besparing op, omdat de werknemer voor de fiets slechts belast wordt voor het bedrag van het forfait van 7%. Voor een cafetariaregeling gelden specifieke eisen, met name voor het realiteitsgehalte ervan.

Eigendom van de werknemer

Het komt ook voor dat de werkgever een fiets aan de werknemer verstrekt of de kosten van de aanschaf van een privéfiets vergoedt. In dat geval is de fiets eigendom van de werknemer. De verstrekking of vergoeding is dan belast loon. Via de werkkostenregeling kan de fiets belastingvrij worden verstrekt. Is er geen vrije ruimte meer, dan betaalt de werkgever 80% belasting via de eindheffing.

De forfaitaire bijtelling voor privégebruik geldt niet als de fiets verstrekt wordt of als de kosten van de aanschaf van een privéfiets vergoed worden. De werknemer gebruikt dan immers zijn eigen fiets voor zakelijke ritten en woon-werkverkeer. Hiervoor is een onbelaste reiskostenvergoeding van € 0,23 per kilometer wél mogelijk.

Tip! In tegenstelling tot de bijtelling voor privégebruik van een auto van de zaak, kan de werkgever de bijtelling voor de fiets wel onder de werkkostenregeling (WKR) laten vallen. Dat kan voordelig zijn als er nog vrije ruimte in de WKR beschikbaar is die nog niet is ingevuld met andere secundaire arbeidsvoorwaarden. De medewerker krijgt dan op zijn loonstrook geen inhouding meer voor de loonheffing over de bijtelling van zijn fiets.

Dga is werknemer

De regels voor werknemers gelden ook voor de dga van een bv. De dga wordt fiscaal gezien namelijk als werknemer aangemerkt.

Ook voor de zelfstandig ondernemer

De waardering van het voordeel van een fiets van de zaak op 7% geldt ook voor zelfstandig ondernemers. Effectief werkt dit hetzelfde als voor werknemers, alleen wordt in dit geval de 7%-bijtelling bij de winst opgeteld. Voor ondernemers geldt dat het bedrag van de bijtelling nooit meer kan bedragen dan de totale kosten (inclusief afschrijving) van de fiets in het jaar.

Mogelijk geen bijtelling voor deel- en hubfietsen

Het kabinet is van plan om de bijtellingsregeling voor fietsen van de zaak te versoepelen. Voor fietsen die over het algemeen niet thuis worden gestald geldt dan geen bijtelling meer. Dit moet ervoor zorgen dat deel- en hubfietsen voor zakelijk gebruik buiten de bijtelling vallen.

Let op! Het plan is nog niet definitief. De bedoeling is dat het wordt opgenomen in het Belastingplanpakket 2026, dat op Prinsjesdag 2025 naar de Tweede Kamer gaat. Daarna moeten zowel de Tweede als de Eerste Kamer nog instemmen.

Wel of geen privégebruik

De forfaitaire bijtelling is niet van toepassing als de werknemer de (deel)fiets alleen voor zakelijke ritten gebruikt en dus niet mee naar huis neemt. Wordt de fiets ook voor woon-werkverkeer gebruikt, dan geldt er een wettelijke fictie: de fiets wordt geacht ‘ook voor privédoeleinden ter beschikking te zijn gesteld indien de fiets ook voor woon-werkverkeer ter beschikking is gesteld’. Of de fiets ook daadwerkelijk privé wordt gebruikt, is voor deze regeling niet belangrijk. Anders dan bij een auto, kan er bij gebruik van de fiets voor woon-werkverkeer dus geen ‘tegenbewijsregeling’ (rittenregistratie) gebruikt worden om aannemelijk te maken dat de fiets niet privé wordt gebruikt. In de Voorjaarsnota 2025 is een voorstel opgenomen dat voor fietsen die voor woon-werkverkeer worden gebruikt, maar over het algemeen niet mee naar huis worden genomen, de bijtelling niet meer zal gelden.

Tip! Worden deelfietsen die op de zaak of op een ander uitgiftepunt gestald staan ook voor woon-werkverkeer gebruikt, dan geldt voor die fiets de forfaitaire bijtelling. Lastig punt bij zo’n deelfiets is dat je als werknemer niet het hele jaar het exclusieve gebruiksrecht van de deelfiets hebt. In de wet is hier geen specifieke regeling voor getroffen. Per situatie zal gekeken moeten worden hoe de bijtelling berekend moet worden. Overleg met de Belastingdienst over deze deelfietsen is dan aan te raden.

Mocht het voorstel uit de Voorjaarsnota 2025 tot een wetswijziging leiden, dan zal voor de voor woon-werkverkeer gebruikte deelfiets geen bijtelling meer gelden indien de fiets niet mee naar huis wordt genomen.

Fiscale definitie van een fiets

Er bestaat geen wettelijke definitie van een fiets. Voor de loonbelasting telt daarom als fiets wat in het gewone spraakgebruik als fiets wordt gezien. De elektrische fiets of e-bike doet daar dus automatisch ook in mee.

Gewone bromfietsen en snorfietsen vallen buiten de bijtellingsregeling voor fietsen. Wel valt door een wettelijke uitbreiding van het begrip ‘fiets’ in de loon- en inkomstenbelasting de speed-pedelec onder het forfait van 7%. Een speed-pedelec is een fiets met elektrische trapondersteuning met een maximale snelheid tussen de 25 en de 45 km per uur.

Fiscaal kunnen in deze regeling ook sportieve fietsen zoals een racefiets of mountainbike ingezet worden als fiets van de zaak.

Bijtelling over de consumentenadviesprijs

De in Nederland door de fabrikant of importeur publiek kenbaar gemaakte consumentenadviesprijs geldt als uitgangspunt voor de waarde waarover de bijtelling van 7% wordt berekend. Als er voor de fiets geen consumentenadviesprijs bekend is, moet de consumentenadviesprijs van een vergelijkbare fiets gehanteerd worden. Deze waarde geldt voor zowel een nieuwe als een gebruikte fiets.

Tip! Het is vaak aantrekkelijk de fiets na een aantal jaren door de werknemer in privé over te laten nemen. Dit mag dan namelijk tegen de dagwaarde. De bijtelling van 7% vervalt vanaf dat moment. Voor zakelijk gefietste kilometers, inclusief woon-werkverkeer, kan dan een onbelaste vergoeding van €0,23 per km worden verstrekt. Daarnaast kan de werkgever voor de overnameprijs van de fiets desgewenst een renteloze lening verstrekken.

Voor gebruikte fietsen zal het niet altijd makkelijk zijn om de oorspronkelijke consumentenadviesprijs te achterhalen. De gezamenlijke fietsimporteurs en fabrikanten hebben daarom via de Stichting Digitaal Samenwerken Tweewielerbranche een onlinetool beschikbaar gesteld op de website www.bijtellingzakelijkefiets.nl.

Btw aftrekbaar onder voorwaarden

Naast het effect op de loonbelasting kan de mate van gebruik voor woon-werkverkeer indirect ook van belang zijn voor de btw-aftrek op de fiets. De btw op de aankoopsom of de leasetermijnen is volledig aftrekbaar voor zover de aankoopprijs van de fiets of de totale kostprijs van het leaserecht niet hoger is dan € 749 (incl. btw). Dit betekent dus dat de btw tot maximaal € 130 aftrekbaar is. Als de fiets duurder is dan €749 (incl. btw) kan op grond van het BUA (Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting) alleen de btw begrepen in € 749 (incl. btw) in aftrek worden gebracht.

Aan deze aftrek zijn in het BUA wel voorwaarden verbonden. Die houden in dat de werkgever in het kalenderjaar en de twee voorafgaande kalenderjaren aan de werknemer niet eerder een fiets heeft verstrekt of ter beschikking heeft gesteld. Daarnaast mag de werkgever vanaf het verstrekken of ter beschikking stellen van de fiets tot het einde van het kalenderjaar en in elk van de twee volgende kalenderjaren niet voor 50% of meer van het aantal dagen een reiskostenvergoeding verstrekken of op een andere manier voorzien in woon-werkverkeer.

Praktisch gezien betekent dit dus bijvoorbeeld géén btw-aftrek als de medewerker naast de fiets ook een auto van de zaak heeft, maar bijvoorbeeld wel btw-aftrek als de medewerker alle dagen per fiets reist en geen reiskostenvergoeding meer krijgt.

De aftrekbeperking van de btw tot maximaal € 130 geldt niet voor de zakelijke fiets van de ondernemer zelf. Deze zal daarom het privégebruik zo goed mogelijk moeten schatten en kan vervolgens dit deel niet van de btw aftrekken.

Eigen bijdrage voor privégebruik

De bijtelling voor het privégebruik van de ter beschikking gestelde fiets van de zaak betreft het bedrag dat bij de werknemer wordt belast voor het privé kunnen gebruiken van de fiets. Feitelijk gaat het daarbij om vaststelling van loon in natura.

Voor zover de werknemer zelf de kosten van de fiets betaalt in de vorm van een vergoeding voor privégebruik, is er geen sprake van een belast voordeel en daarom ook niet van fiscaal loon in natura. In de wet is het zo geregeld dat de bijtelling belast wordt ‘voor zover deze uitgaat boven de vergoeding die de werknemer voor het gebruik van privédoeleinden is verschuldigd’. Een eigen bijdrage die de werknemer betaalt vanuit zijn nettoloon mag dus in mindering worden gebracht op de bijtelling.

Tip! Belangrijk is dan wel dat de werkgever de bijdrage van de werknemer juridisch en administratief de vorm geeft van een vergoeding voor privégebruik en dat dit administratief via de loonstrook verwerkt wordt.

Betaalt de werknemer een eigen bijdrage voor de ter beschikking gestelde fiets, dan is die bijdrage belast met btw. Voor de btw-aftrek van maximaal € 130 moet vervolgens worden beoordeeld of de inkoopprijs minus de eigen bijdrage hoger of lager is dan € 749 inclusief btw. Als het saldo niet hoger is dan dit bedrag, komt de voor de inkoop/lease van de fiets aan de ondernemer in rekening gebrachte btw volledig voor aftrek in aanmerking.

Als de inkoopprijs of het totaal van de leasetermijnen na aftrek van de eigen bijdrage van de werknemer hoger is dan € 749 inclusief btw, is de aftrek van btw uitgesloten voor het bedrag dat uitkomt boven € 749.

Investeringsaftrek

Op zakelijke, al dan niet ter beschikking gestelde, fietsen kunt u in aanmerking komen voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA). Op elektrische bakfietsen en speed-pedelecs kan daarnaast de milieu-investeringsaftrek (MIA) van toepassing zijn. Die investeringsaftrek geldt ook bij operational lease, waarbij de leasemaatschappij de aftrek toepast.

Volgens code A3119 van de Milieulijst van 2025 komt de elektrisch aangedreven bakfiets of cargobike in aanmerking voor MIA en voor willekeurige afschrijving. Het gaat daarbij om een bedrijfsmatige bakfiets voor het vervoeren van goederen of personen, waarbij de bakfiets of cargobike een ledige voertuigmassa heeft van ten minste 75 kilogram en de bakfiets of cargobike voorzien is van trapondersteuning. De MIA geldt dan ook voor een eventuele aanhangwagen en wisselaccu.

Tip! Om voor MIA en willekeurige afschrijving in aanmerking te komen, moet de investering binnen drie maanden na het aangaan van de verplichting(en) zijn aangemeld bij de RVO.

Geschreven door:

mr. M.P. (Mariëlle) Spuijbroek partner en fiscaal jurist
Meer over mij

FAQ fiets van de zaak

Hoe werkt de bijtelling voor een fiets van de zaak in 2025?

Als een fiets ook voor privégebruik ter beschikking is gesteld, geldt een forfaitaire bijtelling van 7% van de consumentenadviesprijs. Deze bijtelling geldt voor nieuwe én gebruikte fietsen en wordt belast als loon in natura, tenzij er sprake is van een eigen bijdrage door de werknemer.

Wanneer geldt géén bijtelling voor een fiets van de zaak?

Er geldt geen bijtelling als de werknemer de fiets uitsluitend zakelijk gebruikt en niet mee naar huis neemt. Voor woon-werkverkeer geldt een wettelijke fictie: dan wordt de fiets geacht ook privé te worden gebruikt. Voor deel- en hubfietsen is er een voorstel in de Voorjaarsnota 2025 om de bijtelling te laten vervallen als deze niet thuis worden gestald.

Is de btw op een fiets van de zaak aftrekbaar?

Ja, maar alleen tot een bedrag van € 749 inclusief btw. De volledige btw is alleen aftrekbaar als aan specifieke voorwaarden uit het BUA wordt voldaan, zoals geen gelijktijdige vergoeding van woon-werkverkeer. Voor duurdere fietsen is alleen de btw over de eerste € 749 aftrekbaar.

Wat zijn de fiscale voordelen bij het gebruik van een cafetariaregeling?

Bij een cafetariaregeling ruilt de werknemer brutoloon in voor een fiets van de zaak. De bijtelling blijft dan 7%, maar doordat het brutoloon daalt, kan dit fiscaal voordeliger zijn. Wel moeten de afspraken voldoen aan de eisen van de fiscus.

Komt een elektrische bakfiets in aanmerking voor investeringsaftrek?

Ja, elektrische bakfietsen en speed-pedelecs kunnen onder voorwaarden in aanmerking komen voor de milieu-investeringsaftrek (MIA) en willekeurige afschrijving. De investering moet dan binnen drie maanden worden aangemeld bij de RVO.

Aangepaste datum: 22 augustus 2025

mr. M.P. (Mariëlle) Spuijbroek

partner en fiscaal jurist
Meer over mij

Meer weten?

Wilt u meer informatie over een fiets van de zaak. Neem contact op met onze adviseurs.

  •  *
  •  *
  •  *
  •  *
  •  *
  •  *

Geschreven door:

mr. M.P. (Mariëlle) Spuijbroek partner en fiscaal jurist
Meer over mij