De afschaffing van de compensatieregelingen voor de transitievergoeding is opnieuw uitgesteld. De regelingen stoppen naar verwachting niet op 1 januari 2027, maar op 1 januari 2028. Dat geeft werkgevers meer tijd om zich voor te bereiden. Toch kunnen de financiële gevolgen voor uw onderneming groot zijn. In dit artikel leest u welke regelingen voorlopig blijven bestaan, wat er mogelijk verandert en hoe u zich daarop voorbereidt.
Van beperking naar volledige afschaffing van de compensatie
Het kabinet wilde de compensatieregeling voor transitievergoedingen bij langdurige arbeidsongeschiktheid aanvankelijk vanaf 1 juli 2026 beperken tot kleine werkgevers. De hoogte van de loonsom bepaalt daarbij of een werkgever als klein geldt.
Volgens het oorspronkelijke voorstel zou een werkgever in 2026 als klein gelden bij een sv-loonsom over 2024 van € 1.082.500. Dit bedrag komt overeen met 25 keer het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer per kalenderjaar.
Later veranderde het kabinet de plannen. In plaats van een beperking tot kleine werkgevers zouden de compensatieregelingen vanaf 1 januari 2027 volledig verdwijnen. Dit zou gelden voor alle werkgevers, ongeacht hun omvang.
De afschaffing zou bovendien niet alleen betrekking hebben op transitievergoedingen bij langdurige arbeidsongeschiktheid, maar ook op de compensatie bij bedrijfsbeëindiging door pensionering of overlijden.
Afschaffing compensatieregelingen uitgesteld tot 2028
Het kabinet heeft de voorgenomen afschaffing met een jaar uitgesteld. De compensatieregelingen verdwijnen daardoor naar verwachting pas op 1 januari 2028.
Tot die tijd blijft de compensatieregeling bij langdurige arbeidsongeschiktheid onder de huidige voorwaarden beschikbaar voor alle werkgevers, ongeacht hun bedrijfsgrootte.
Let op! Voor de compensatie bij bedrijfsbeëindiging door pensionering of overlijden gelden andere voorwaarden. Deze regeling blijft tot 2028 uitsluitend beschikbaar voor kleine werkgevers. Het uitstel verandert niets aan deze bestaande beperking.
Recht op transitievergoeding blijft bestaan
Het verdwijnen van de compensatieregelingen betekent niet dat werknemers automatisch hun recht op een transitievergoeding verliezen.
Een werknemer die na afloop van het opzegverbod wegens ziekte wordt ontslagen, houdt in principe recht op een transitievergoeding. Het kabinet is wel verzocht om de regels hierover te wijzigen. Of dit daadwerkelijk gebeurt, is nog onzeker.
Ook werknemers die hun baan verliezen doordat een kleine werkgever de onderneming beëindigt vanwege pensionering of overlijden, kunnen recht hebben op een transitievergoeding.
Vanaf 1 januari 2028 ontvangt de werkgever hiervoor naar verwachting geen compensatie meer. De kosten van de transitievergoeding komen dan volledig voor rekening van de onderneming.
Vooral bij langdurige dienstverbanden of meerdere ontslagen tegelijk kunnen deze kosten aanzienlijk oplopen. Neem mogelijke transitievergoedingen daarom tijdig mee in uw personeelsplanning, liquiditeitsprognose en financiële reserves.
Voorkom de risico’s van een slapend dienstverband
Wanneer de compensatieregeling verdwijnt, kan het financieel aantrekkelijk lijken om het dienstverband van een langdurig arbeidsongeschikte werknemer niet te beëindigen. Zo ontstaat een zogenoemd slapend dienstverband.
Bij een slapend dienstverband blijft de werknemer formeel in dienst, terwijl de werkgever het dienstverband na langdurige arbeidsongeschiktheid niet beëindigt.
Let op! Een dienstverband uitsluitend slapend houden om betaling van de transitievergoeding te vermijden, is in beginsel niet toegestaan. Het Xella-arrest uit 2019 blijft hierbij een belangrijk uitgangspunt. Laat daarom niet alleen de financiële gevolgen, maar ook de arbeidsrechtelijke risico’s beoordelen voordat u een beslissing neemt.
Vraag compensatie voor de transitievergoeding op tijd aan
Zolang de compensatieregelingen bestaan, blijft het belangrijk om tijdig compensatie aan te vragen. Bij langdurige arbeidsongeschiktheid dient u de aanvraag in bij UWV nadat u de volledige transitievergoeding aan de werknemer heeft betaald.
Tip! Vraag de compensatie uiterlijk binnen zes maanden na de volledige betaling van de transitievergoeding aan. Bij een te late aanvraag loopt u het risico dat UWV geen compensatie toekent. Bewaar daarom de betalingsbewijzen en andere benodigde documenten zorgvuldig.
Mogelijk lagere transitievergoeding bij re-integratie
Het kabinet onderzoekt mogelijkheden om werkgevers te belonen die actief investeren in re-integratie of outplacement. Daarbij gaat het om ondersteuning bij de terugkeer naar werk of het vinden van een nieuwe baan.
Volgens het voornemen zouden werkgevers die hierin investeren mogelijk een lagere transitievergoeding hoeven te betalen. In bepaalde situaties zouden zij zelfs volledig kunnen worden vrijgesteld van deze vergoeding.
De precieze voorwaarden en uitwerking zijn nog niet bekend. Het is daarom nog onzeker welke inspanningen voldoende zijn om voor een verlaging of vrijstelling in aanmerking te komen.
Houd bij beslissingen over re-integratie en outplacement voorlopig rekening met de bestaande regels.
Bereid uw onderneming tijdig voor op 2028
Het uitstel geeft u meer tijd om uw onderneming voor te bereiden op de mogelijke financiële gevolgen. Breng daarom in kaart welke werknemers langdurig arbeidsongeschikt zijn en welke dienstverbanden mogelijk eindigen.
Bereken vervolgens welke transitievergoedingen uw onderneming in deze situaties mogelijk moet betalen. Kijk ook naar de gevolgen van een eventuele bedrijfsbeëindiging door pensionering of overlijden.
Neem de verwachte kosten vanaf 2028 mee in uw financiële planning, liquiditeitsprognose en reserves. Zo krijgt u tijdig inzicht in de mogelijke financiële gevolgen en verkleint u het risico op onverwacht hoge personeelskosten.