Vanaf augustus verandert de regelgeving rondom de scholingsplicht en daarmee het overeenkomen van een studiekostenbeding. Dit is het gevolg van de implementatie van de EU-richtlijn Transparante en Voorspelbare Arbeidsvoorwaarden in de Nederlandse wetgeving. Wat verandert er voor u als werkgever? In dit artikel zetten wij de nieuwe regels uiteen.
Regels over het studiekostenbeding tot nu toe
Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het mogelijk is om een studiekostenbeding met de werknemer overeen te komen als voldaan is aan de volgende voorwaarden:
- U moet als werkgever duidelijk aangeven over welke periode u baat heeft bij de opleiding en de terugbetalingsplicht moet tot die periode worden beperkt.
- Gedurende genoemde periode wordt de terugbetalingsverplichting evenredig verminderd op grond van de glijdende schaal.
- U moet de werknemer duidelijk vooraf informeren over de inhoud en omvang van de terugbetalingsverplichting.
Scholingsplicht
De regels omtrent scholingsplicht zijn opgenomen in het Burgerlijk Wetboek. Deze regels houden onder meer in dat u als werkgever erop toeziet dat uw werknemers zodanig geschoold zijn dat zij hun functie kunnen uitoefenen. Of u moet scholing aanbieden wanneer de functie komt te vervallen.
Verplichte scholing
Op basis van de nieuwe regels moeten werkgevers zich meer gaan inspannen voor de scholing van de werknemers. Als u verplicht bent de scholing aan de werknemer aan te bieden, is de scholing voor de werknemer kosteloos én wordt deze als werktijd aangemerkt. De wettelijke verplichting scholing geldt:
- Op grond van de wet of de cao, zoals opleidingen op het gebied van veiligheid en vakbekwaamheid.
- Als scholing noodzakelijk is voor de uitoefening van de functie. Denk aan een training of opleiding in het kader van een verbetertraject, als bijvoorbeeld uw werknemer over te weinig ICT-vaardigheden beschikt om zijn werk goed uit te kunnen voeren.
- Als de scholing noodzakelijk is voor het voortzetten van de arbeidsovereenkomst.
In deze situaties is een studiekostenbeding niet toegestaan.
Let op! Reeds lopende studiekostenbedingen die verplichte scholing betreffen, komen hiermee te vervallen.
Let op! De verplichting om scholing aan te bieden, kan voortvloeien uit nationale wetgeving, Europese regelgeving, collectieve arbeidsovereenkomsten of uit rechtspositieregelingen.
Geen studiekostenbeding bij verplichte scholing
Vanaf augustus 2022 wordt daarom de mogelijkheid om rechtsgeldig een studiekostenbeding overeen te komen tegengegaan. Alle kosten die de werknemer moet maken in verband met het volgen van de verplichte scholing, komen voor uw rekening. Denk hierbij bijvoorbeeld aan reiskosten, boeken en ander studiemateriaal en examengelden. Bij voorkeur moet, indien mogelijk, de scholing onder werktijd worden aangeboden.
Niet voor gereglementeerd beroep
Er bestaat een lijst van zogeheten gereglementeerde beroepen, waarin uiteenlopende beroepen staan, zoals registerloods, deskundige asbestverwijderaar, duiker, beëdigde tolk, sportarts of fysiotherapeut. Als het beroep van de werknemer op de lijst staat, is een studiekostenbeding nog mogelijk, tenzij de opleiding alsnog in een cao verplicht wordt gesteld. In die laatste situatie is een studiekostenbeding niet langer geldig.
Wanneer nog meer niet?
Bij scholing gaat het dus niet om beroepsopleidingen of opleidingen die werknemers verplicht moeten volgen voor het verkrijgen, behouden of vernieuwen van een beroepskwalificatie, zolang de werkgever niet verplicht is deze aan te bieden aan de werknemer op grond van het Unierecht, het nationale recht of een cao.
Voor studiekostenbedingen die zien op niet verplichte scholing is het nog steeds mogelijk om een studiekostenbeding op te nemen. Bestaande regelingen blijven geldig.