De btw op algemene kosten is beperkt aftrekbaar vanwege de (vrijgestelde) rentevergoeding die een notariskantoor ontvangt van de bank op haar derdengeldenrekening. Dit oordeelde de rechtbank Noord-Holland onlangs in een zaak hierover. In dit artikel zetten we de gevolgen voor uw notariskantoor uiteen.

Derdenrekening notariskantoor

Notarissen beschikken voor hun werkzaamheden over een derdengeldenrekening. Hiertoe zijn zij verplicht op grond van artikel 25 van de Wet op het Notarisambt. Op deze rekening staan gelden die cliënten en derden aan het beheer van het notariskantoor hebben toevertrouwd in verband met de werkzaamheden van de notarissen, maar die niet deel uitmaken van het notariskantoor. Afhankelijk van de aard van de notarissenpraktijk kunnen de bedragen op deze rekening oplopen tot grote bedragen.

Btw aftrek derdenrekening notariskantoor terecht?

Het notariskantoor in deze zaak ontvangt op haar derdengeldenrekening door haar werkzaamheden in de vastgoedpraktijk met regelmaat zeer grote bedragen. Op deze rekening is rente vergoed. Deze rente kwam ten gunste aan het notariskantoor. Deze rente hoefde het notariskantoor niet aan de rechthebbenden van het tegoed op de derdengeldenrekening te vergoeden, omdat zij verband houdt met gelden die slechts voor zeer korte duur op de derdengeldenrekening hebben gestaan. Het notariskantoor heeft destijds de btw op haar algemene kosten volledig in aftrek gebracht zonder rekening te houden met de rentebaten die zij heeft ontvangen van de bank.

De vraag in deze zaak was of het notariskantoor terecht de voorbelasting op haar algemene kosten integraal in aftrek heeft gebracht, zoals zijzelf bepleit. Of had zij slechts een deel daarvan mogen aftrekken op basis van een pro rata, zoals de Belastingdienst meent.

Uitspraak rechtbank Noord-Holland

Volgens de rechtbank vormt het aanhouden van een derdengeldenrekening (en daarmee het genieten van de rente) een rechtstreeks, duurzaam en noodzakelijk verlengstuk van de belastbare activiteit van een notariskantoor. Het notariskantoor behoudt namelijk permanent de derdengeldenrekening aan, zodat sprake is van duurzaamheid. Echter is deze rekening noodzakelijk voor de werkzaamheden van een  notaris. De rechtstreeksheid volgt uit dat transacties die met notariële tussenkomst van eiseres plaatsvinden, financieel over de derdengeldenrekening worden afgewikkeld. Daarmee is het vrijgestelde omzet, waardoor een pro rata-berekening moet worden toegepast op de aftrek van voorbelasting.

Praktijk

Het aanhouden van een derdengeldenrekening is wettelijk verplicht voor notarissen. Het oordeel van de rechtbank in deze zaak is daarmee van direct belang op alle notariskantoren. Inmiddels is tegen deze uitspraak hoger beroep aangetekend.

Geschreven door:

Belastingadviseur Henk van Assen

Henk van Assen LL.M.

Belastingadviseur en btw specialist