Parkeert uw werknemer zijn of haar privéauto tijdens een vakantie op een parkeerplek buiten uw terrein? Dan kan dat fiscale gevolgen hebben. Zeker als het terrein openbaar toegankelijk is. De Belastingdienst heeft hierover onlangs duidelijkheid gegeven. In dit artikel leest u wat dit betekent voor u als werkgever en waar u vanaf 2026 op moet letten.
Belastingheffing bij openbaar parkeren uitgelegd
De Belastingdienst licht deze situatie toe met een voorbeeld. Bij een werkgever liggen de parkeerplaatsen buiten het eigen terrein, gescheiden door een openbare weg. De parkeerplek kost € 16 per dag en is toegankelijk voor anderen.
Volgens de Belastingdienst is het parkeren van de auto tijdens vakantie in dit geval belast. De reden? De parkeerplek ligt niet op de werkplek en valt daardoor niet onder de fiscale vrijstelling voor voorzieningen op de werkplek.
Geen nihilwaardering
Omdat het parkeren tijdens vakantie de werknemer een duidelijk voordeel oplevert, is er geen sprake van een fiscale vrijstelling. De Belastingdienst ziet dit voordeel als loon in natura. Daarnaast is parkeren tijdens vakantie geen voorziening die in het belang is van het werk of bedrijfsproces. Daardoor is een onbelaste verstrekking niet mogelijk.
Handboek suggereert onbelaste parkeeroptie
In het Handboek Loonheffingen staat dat parkeren onbelast kan zijn als de werknemer de werkgever met succes aansprakelijk kan stellen voor schade. Werkgevers mochten hieruit afleiden dat het parkeren in zulke situaties belastingvrij mocht. De Belastingdienst erkent dit en geeft aan dat werkgevers hierop mochten vertrouwen. Wel is aangekondigd dat het Handboek op dit punt wordt aangepast.
Parkeerregeling verandert per 2026
Heeft u vóór 9 oktober 2025 op basis van het Handboek 2025 parkeerplekken buiten het bedrijfsterrein beschikbaar gesteld aan werknemers? Dan geldt een overgangsregeling. In die gevallen blijft parkeren onbelast tot de publicatie van het Handboek 2026. Dit geldt alleen als het voordeel niet onder de werkkostenregeling valt of niet voldoet aan het gebruikelijkheidscriterium.
Tip! De werknemer betaalt vanaf de wijziging belasting over het voordeel van parkeren tijdens vakantie. U kunt dit voordeel eventueel bruteren of opnemen in de werkkostenregeling, als dat past binnen het gebruikelijkheidscriterium.
Wat betekent dit voor u als werkgever?
Vanaf 2026 is parkeren buiten het bedrijfsterrein tijdens vakanties niet langer onbelast. Het voordeel wordt vanaf 2026 als loon in natura belast, tenzij het voordeel onder de WKR valt en aan het gebruikelijkheidscriterium voldoet. Alleen situaties die onder de overgangsregeling vallen, blijven vrijgesteld tot de publicatie van het Handboek 2026. Biedt u parkeerruimte aan in vergelijkbare omstandigheden? Zorg dan dat u uw administratie op orde heeft en bekijk of brutering of opname in de werkkostenregeling mogelijk is. Zo voorkomt u fiscale verrassingen.