Als u uw eenmanszaak of andere IB-onderneming met terugwerkende kracht per 1 januari 2026 wilt inbrengen in een bv, moet u op tijd actie ondernemen. Hiervoor gelden strikte deadlines. Bij een ruisende inbreng moet de Belastingdienst uw intentieverklaring vóór 1 april 2026 ontvangen. Kiest u voor een geruisloze inbreng, dan geldt een deadline van 1 oktober 2026. Deze termijnen bepalen of u gebruik kunt maken van terugwerkende kracht en wat dit betekent voor uw belastingpositie. In dit artikel leest u wat u moet regelen en waar u op moet letten.
Ruisend of geruisloos inbrengen: wat is het verschil?
Bij een ruisende inbreng staakt u fiscaal uw IB-onderneming. U rekent direct af over stille reserves, fiscale reserves en goodwill. Kiest u voor een geruisloze inbreng? Dan schuift de fiscale claim op deze reserves en goodwill door naar de bv. U rekent dan niet direct af.
Een geruisloze inbreng lijkt aantrekkelijk. Toch kan ruisend inbrengen voordeliger zijn. Bijvoorbeeld als er weinig stille reserves of goodwill zijn, of als u voldoende liquiditeit heeft om de belasting direct te betalen.
Houd ook rekening met andere verschillen. In een bv vervallen ondernemersaftrekken, zoals de zelfstandigenaftrek en mkb-winstvrijstelling. Daarnaast verschilt de belastingdruk tussen inkomstenbelasting en de combinatie van vennootschapsbelasting en box 2. Dit heeft invloed op uw cashflow op korte en middellange termijn.
Bij een geruisloze inbreng verhuist de fiscale claim naar de bv. Bij een ruisende inbreng rekent u direct af en maakt u fiscaal schoon schip. Deze keuze kan ook gevolgen hebben voor een toekomstige verkoop of bedrijfsopvolging. Laat u daarom goed adviseren over wat in uw situatie verstandig is.
Intentieverklaring ruisende inbreng: deadline 1 april 2026
Wilt u uw IB-onderneming ruisend met terugwerkende kracht per 1 januari 2026 inbrengen in een bv? Leg uw intentie dan tijdig vast. Zorg dat de Belastingdienst uw intentieverklaring vóór 1 april 2026 ontvangt. Alleen dan geldt de terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026.
Tip! Gebruik het Geleideformulier voorovereenkomst of intentieverklaring bij uw verzending naar de Belastingdienst.
Let op! De datum waarop de Belastingdienst uw stukken ontvangt is bepalend, niet de verzenddatum. Verstuur uw stukken daarom tijdig en bij voorkeur met ontvangstbevestiging.
Vermeld in uw intentieverklaring in ieder geval de beoogde ingangsdatum, een duidelijke omschrijving van uw onderneming en de belangrijkste voorwaarden van de inbreng. Zo kan de Belastingdienst uw verzoek snel en correct beoordelen.
Geruisloos inbrengen: deadline 1 oktober 2026
Wilt u uw onderneming geruisloos inbrengen in een bv? Dan heeft u meer tijd dan bij een ruisende inbreng. Zorg dat de Belastingdienst uw intentieverklaring vóór 1 oktober 2026 ontvangt. Alleen dan behoudt u de terugwerkende kracht naar 1 januari 2026.
Oprichting en inbreng bv: belangrijke deadlines
Naast de intentieverklaring gelden er ook deadlines voor de oprichting van de bv en de daadwerkelijke inbreng van uw onderneming. Bij een ruisende inbreng moet u de bv oprichten en de onderneming inbrengen vóór 30 september 2026. Alleen dan behoudt u de terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026. Bij een geruisloze inbreng heeft u meer tijd. U moet de bv oprichten en de onderneming inbrengen vóór 31 maart 2027.
Let op! Voor een geruisloze inbreng met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2025 geldt een eerdere deadline. In dat geval moet de oprichting en inbreng uiterlijk 31 maart 2026 plaatsvinden.
Mist u deze termijnen? Dan vervalt de terugwerkende kracht. De datum van de daadwerkelijke inbreng geldt dan als startdatum. Dit kan gevolgen hebben voor uw fiscale positie en jaarafsluiting.
Terugwerkende kracht: praktische aandachtspunten
Let op! Het gebruikelijk loon voor de dga geldt pas vanaf de oprichtingsdatum van de bv. De terugwerkende kracht verandert dit niet.
Zorg in de tussentijd voor een sluitende administratie. Richt uw resultaten en geldstromen zo in dat u deze na de inbreng eenvoudig aan de bv kunt toerekenen, bijvoorbeeld via een eindbalans en tussenrekening. Btw-aandachtspunt: de inbreng van een onderneming kwalificeert vaak als overgang van een (nagenoeg) gehele onderneming. Hierdoor is meestal geen btw verschuldigd. Stem dit tijdig af met uw adviseur en de Belastingdienst.
Heeft u ondernemingsvastgoed of bijzondere activa? Controleer dan vooraf of overdrachtsbelasting of andere heffingen van toepassing zijn en of er vrijstellingen of regelingen gelden.