Doorkruist en omgeven door rivieren zijn de Drechtsteden nauw verbonden met de scheepvaart. In die sector zien velen hun resultaat dalen. Toch zijn er talloze bedrijven met aanzienlijke stille reserves in hun schepen en/of overige bedrijfsmiddelen. Bij verkoop hiervan moet er vaak forse belasting betaald worden. Vervelend! Doordat er bij verkoop van een bedrijfsmiddel een boekwinst wordt behaald, zal de fiscus maximaal 25% vennootschapsbelasting of zelfs maximaal 52% inkomstenbelasting willen heffen, afhankelijk van de rechtsvorm van het bedrijf. Hoe voorkomt u dat?

Uitstel van boekwinst

Gelukkig bestaat er een remedie: de ‘herinvesteringsreserve’ (hierna: HIR). De HIR biedt bedrijven een fiscale tegemoetkoming om de belastingheffing over de boekwinst bij de verkoop van een bedrijfsmiddel uit te stellen.

De boekwaarde-eis

Hiervoor is onder meer vereist dat het bedrijf uiterlijk op de balansdatum het voornemen heeft om de boekwinst binnen 3 jaar te herinvesteren in een nieuw bedrijfsmiddel. Zo hoeft het bedrijf niet direct af te rekenen over de ontstane boekwinst. Bij aanschaf van een nieuw schip wordt de HIR als eerste afschrijving afgeboekt op de boekwaarde van het nieuwe schip. Daaraan is wel een grens gesteld. De boekwaarde van het bedrijfsmiddel waarin wordt geherinvesteerd, mag niet lager zijn dan de boekwaarde van het middel op het moment van verkoop. Dit is de zogenaamde ‘boekwaarde-eis’. Die wordt nog al eens over het hoofd gezien. Wat er met een eventueel restant van de HIR gebeurt, is afhankelijk van of er een herinvesteringsvoornemen is na de koop van het nieuwe schip.

Een rekenvoorbeeld:

Een bedrijf verkoopt in 2014 een schip met een boekwaarde van € 1.000.000. De verkoopprijs bedraagt € 1.500.000. In 2015 koopt het bedrijf een nieuw schip. De koopprijs bedraagt € 1.400.000.

Het bedrijf kan in 2014 een HIR vormen voor het bedrag van de boekwinst (€ 500.000). In 2015 herinvesteert het bedrijf met de koop van een nieuw schip. De HIR wordt dan afgeboekt van de verkrijgingsprijs van het nieuwe schip. Zo komt de boekwaarde uit op € 1.400.000 -/- € 500.000 = € 900.000. Echter conform de boekwaarde-eis mag de boekwaarde niet lager zijn dan de boekwaarde van het oude bedrijfsmiddel ten tijde van de verkoop. Het gevolg hiervan is dat de boekwaarde van het nieuwe schip wordt vastgesteld op € 1.000.000. Het restant van de HIR (€ 100.000) mag niet worden afgeboekt en valt in de winst.

Door de verlaagde boekwaarde van het nieuwe schip zal de afschrijving de komende jaren lager zijn. Dit resulteert in een hogere winst de komende jaren, omdat er minder afschrijving ten laste van de winst wordt gebracht. De belastingheffing over de boekwinst bij de verkoop van het oude schip wordt zo uitgesteld naar de toekomst.

Rente- en liquiditeitsvoordeel

Door de spreiding van de belastingheffing behaalt het bedrijf een rente- en liquiditeitsvoordeel, doordat het niet direct belasting betaalt. Hierdoor kan deze regeling het bedrijf een erg aantrekkelijk voordeel opleveren.