Voor de toepassing van de werkkostenregeling is belangrijk dat duidelijk is wat er precies wordt verstaan onder “de werkplek”. De werkplek is de locatie waar uw werknemers hun dienstbetrekking uitoefenen en waar u volgens de Arbeidsomstandighedenwet (Arbo-wet) verantwoordelijk voor bent.
Ook vervoermiddelen kunnen worden gezien als werkplek, als dit de plek is waar uw werknemers hun dienstbetrekking uitoefenen. Denk hierbij aan treinen (machinisten/conducteurs), vrachtwagens (chauffeurs), vliegtuigen (piloten/stewardessen), de auto van de zaak tijdens een dienstreis (vertegenwoordigers).
Parkeergelegenheden bij de werkplek zijn eveneens werkplekken als u hiervoor verantwoordelijk bent volgens de Arbo-wet. U mag deze dus onbelast aan uw werknemers ter beschikking stellen als deze op uw bedrijfsterrein is gelegen. Parkeerplaatsen bij uw klanten zijn geen werkplek, omdat u hiervoor niet verantwoordelijk bent volgens de Arbo-wet.
In de volgende gevallen is er geen of alleen onder voorwaarden sprake van een werkplek:
- Uw werknemers werken onderweg in de trein, de bus of een horecagelegenheid.
- Uw werknemers werken in de eigen woning, het vakantieadres, garage, e.d.
- De omstandigheden van uw werknemers wijzigen (overplaatsing, ziekte).
Wanneer u personeelsfeesten, recepties en jubilea organiseert, mag u het begrip werkplek ruimer opvatten. In dat geval omvat de werkplek ook andere kantoren, vestigingen en locaties, waarvoor u volgens de Arbo-wet verantwoordelijk bent. Deze uitbreiding geldt echter niet voor werknemers van verbonden vennootschappen. Het betreft vennootschappen:
- waarin uw bedrijf voor ten minste 1/3 gedeelte belang hebben;
- die voor ten minste 1/3 gedeelte belang in uw bedrijf heeft;
- waarin een derde bedrijf voor ten minste 1/3 gedeelte belang heeft in een bedrijf dat ten minste 1/3 gedeelte belang heeft in uw bedrijf.