Artikel

Wordt de box 3-heffing verfijnd
vanaf 2024?

Het kabinet gaat op 9 mei met de Tweede Kamer in overleg over een aantal aanpassingen vanaf 2024 met betrekking tot de box 3-heffing. Het overleg zal ook gaan over de budgettaire dekking die nodig is voor deze mogelijke aanpassingen. In een kamerbrief van 26 april gaat staatssecretaris Van Rij in op de mogelijke verfijningen. In dit artikel zetten we voor u uiteen wat de verfijningen voor u kan betekenen.

Heffingskorting groen beleggen naar 1,1%

De overheid wil groen sparen en groen beleggen stimuleren. Hiervoor geldt dan ook een box 3-vrijstelling van € 65.072 per persoon in 2023. Fiscale partners hebben beiden recht op deze vrijstelling. Daarnaast geldt een heffingskorting van 0,7% van het vrijgestelde bedrag. Deze fiscale stimulans is een tegemoetkoming voor het lagere rendement op dit soort groene producten. De regeling kan voor groen sparen minder aantrekkelijk worden omdat met het oogop de lage forfaitaire rendementen op banktegoeden, de vrijstelling minder van belang wordt. Om ook voor spaarders de prikkel om groen sparen te behouden, suggereert het kabinet de mogelijkheid om de heffingskorting vanaf 2024 tijdelijk te verhogen van 0,7% naar 1,1%.

Apart forfait voor (bepaalde) vorderingen

Een andere mogelijke aanpassing is de introductie van een apart forfait voor vorderingen dat gelijk is aan het forfait voor schulden. Het kabinet onderzoekt nog of deze categorie vorderingen beperkt moet worden tot alleen geldleningen of zelfs tot alleen geldleningen tussen natuurlijke personen. Deze aanpassingen zouden al vanaf 2024 in kunnen gaan.

Tip! Als deze aanpassing wordt doorgevoerd, zal bijvoorbeeld een lening die een ouder aan een kind verstrekt bij de ouder in box 3 tegen hetzelfde forfait belast zijn als de schuld bij het kind. Op dit moment valt de vordering van de ouder in de categorie overige bezittingen tegen een forfaitair rendement van 6,17%. De schuld van het kind valt echter in box 3 tegen een veel lager forfaitair rendement (voor 2023 voorlopig vastgesteld op 2,57%).

Verdere uitsplitsing categorie overige bezittingen

Ook een verdere uitsplitsing van de categorie overige bezittingen is een van de mogelijke aanpassingen. Vanaf 2024 zouden dan de categorieën effecten, onroerende zaken, kapitaalverzekeringen, periodieke uitkeringen, belastbaar nettopensioen en belastbare nettolijfrente en overige bezittingen elk hun eigen forfaitair rendement krijgen.

Budgettaire dekking verfijning box 3

Om deze aanpassingen te kunnen doorvoeren, is het wel noodzakelijk dat hiervoor budgettaire dekking wordt gevonden. Bij die dekking denkt het kabinet aan een verlaging van het heffingsvrije vermogen of een verder verhoging van het tarief in box 3. Een combinatie behoort ook tot de mogelijkheden.

Let op! Het box 3-tarief bedroeg in 2022 nog 31%, maar is in 2023 nog 32%. In 2024 wordt dit tarief verder verhoogd naar 33% en vanaf 2025 bedraagt het 34%. Als de budgettaire dekking gevonden wordt in een verdere verhoging, bestaat dus de kans dat het box 3-tarief verder stijgt.

Overleg Tweede Kamer box 3

Op 9 mei 2023 wil het kabinet in overleg met de Tweede Kamer over de mogelijke aanpassingen vanaf 2024. Op dat moment wordt ook gesproken over de budgettaire dekking.

Geschreven door:

mr. Mariëlle Spuijbroek Partner en belastingadviseur
Aangepaste datum: 20 maart 2024

mr. Mariëlle Spuijbroek

Partner en belastingadviseur

Meer weten?

Wilt u meer weten over de ontwikkelingen in box 3? Laat dan hier uw contactgegevens achter en wij nemen vrijblijvend contact met u op.

  •  *
  •  *
  •  *
  •  *
  •  *
  •  *

Geschreven door:

mr. Mariëlle Spuijbroek Partner en belastingadviseur