De Belastingdienst maakt geen uitzondering voor saldi op betaalrekeningen bij de berekening van de verschuldigde box 3-belasting. Hoewel betaalrekeningen vaak geen rendement opleveren, blijft de staatssecretaris bij dit standpunt en is niet bereid om hier een uitzondering voor te maken. Dit blijkt uit antwoorden van de staatssecretaris op vragen van de Tweede Kamer. Hoe dat precies zit en of u hier bezwaar tegen kan maken leest u in dit artikel.
Rendement betaalrekening vaak negatief
Banken vergoeden over het algemeen geen rente over het saldo op een betaalrekening, terwijl ze wel kosten in rekening brengen voor het gebruik van de rekening. Het rendement op een betaalrekening is daardoor eerder negatief dan positief.
Let op! De Belastingdienst ziet het anders. Volgens hen vallen betaalrekeningen in dezelfde box 3-categorie als spaarrekeningen. Voor 2023 hanteerde de Belastingdienst een forfaitair rendement van 0,92% op deze categorie. In 2024 is dit percentage verhoogd naar 1,03%. In zowel 2023 als 2024 bedraagt het heffingsvrij vermogen 57.000 euro.
Geen aparte behandeling voor betaalrekeningen
De staatssecretaris heeft in antwoord op Kamervragen duidelijk gemaakt dat betaalrekeningen gewoon in box 3 vallen. Dit betekent dat ze niet in een andere categorie worden geplaatst dan spaarrekeningen en geen aparte behandeling krijgen. Ook de kosten die verbonden zijn aan betaalrekeningen zijn niet aftrekbaar in box 3, aldus de staatssecretaris.
Nieuwe box 3-stelsel wel toereikend?
De Belastingdienst heft dus 0,92% belasting over het saldo van uw betaalrekening, zelfs als u er geen rente over ontvangt. Voor een box 3-stelsel op basis van een werkelijk rendement gloort er wellicht hoop aan de horizon. Het demissionaire kabinet heeft een wetsvoorstel opgesteld voor een nieuw box 3-stelsel, waarbij de heffing is gebaseerd op het werkelijk behaalde rendement.
De beoogde inwerkingtreding is 1 januari 2027, maar hiervoor moet het definitieve wetsvoorstel dan al wel in de zomer van 2024 aan de Tweede Kamer worden aangeboden. Of dat gaat lukken, is gezien de kabinetsformatie onzeker.
Uitspraak van de Hoge Raad kan vóór die tijd uitkomst bieden
Het is nog niet zeker of het kabinet de tijd heeft om een nieuw box 3-stelsel in te voeren. Advocaat-generaal (AG) Wattel concludeerde in september 2023 al dat de Wet rechtsherstel box 3 in strijd is met Europees recht als het werkelijk behaalde rendement lager is dan het fortfaitaire rendement.
AG Pauwels oordeelde onlangs op vergelijkbare wijze en gaf aanwijzingen over de berekening van het werkelijk behaalde rendement. Dit rendement van het totale vermogen is het uitgangspunt, inclusief de kosten van de betaalrekening. Als de Hoge Raad deze adviezen volgt, moet de staatssecretaris zijn eerdere standpunt over box 3 herzien.
Let op! De Hoge Raad moet nog oordelen over deze kwestie. De adviezen van de AG’s zijn onafhankelijk en de Hoge Raad beslist zelf of deze opgevolgd worden of niet.