De Belastingdienst heeft de normbedragen voor onbelaste vergoedingen en verstrekkingen in de werkkostenregeling en andere loonheffingen voor 2025 bekendgemaakt. Hoewel de meeste bedragen ten opzichte van 2024 grotendeels gelijk zijn gebleven, zijn er enkele lichte stijgingen, zoals de thuiswerkvergoeding en de salarisnormen voor de 30%-regeling. Dit betekent dat werkgevers ook in 2025 binnen vergelijkbare kaders blijven opereren bij het berekenen van belastingen en het verstrekken van onbelaste vergoedingen. Opvallend is dat het gebruikelijk loon voor de dga in 2025 gelijk blijft aan dat van 2024, ondanks de gebruikelijke jaarlijkse aanpassing. Wat valt nog meer op ten opzichte van de normbedragen in 2024? In dit artikel zetten we de belangrijkste wijzigingen voor u op een rij.
Let op! Alle genoemde bedragen voor 2025 zijn nog niet 100% definitief. Er kunnen voor het einde van het jaar nog wijzigingen worden doorgevoerd.
Normbedrag gebruikelijk loon blijft gelijk
Het gebruikelijk loon is het minimale loon dat een directeur-grootaandeelhouder (dga) of diens partner moet ontvangen voor werkzaamheden voor de vennootschap waarin zij een aanmerkelijk belang hebben. Dit loon wordt opgenomen in de loonaangifte en is belast in box 1. Jaarlijks wordt het gebruikelijk loon aangepast aan de loonontwikkelingen in het bedrijfsleven. Voor 2024 is het normbedrag vastgesteld op € 56.000, en opvallend genoeg blijft dit bedrag in 2025 ongewijzigd. Dit is opmerkelijk omdat het normbedrag normaal gesproken jaarlijks wordt bijgesteld aan de loonstijgingen in de markt.
Dat het normbedrag in 2025 gelijk blijft aan dat van 2024 betekent dat er geen verhoging is doorgevoerd, ondanks mogelijke stijgingen in de lonen. Dit kan gevolgen hebben voor de belastingpositie van dga’s, vooral wanneer hun gebruikelijk loon in vergelijking met andere werknemers of vergelijkbare dienstbetrekkingen eigenlijk hoger zou moeten zijn. Volgens de regels moet een dga ten minste een gebruikelijk loon ontvangen dat gelijk is aan het hoogste loon van de overige werknemers binnen de bv of verbonden vennootschappen, óf aan het loon uit een vergelijkbare dienstbetrekking.
Tip! Als het vastgestelde gebruikelijk loon hoger is dan het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking, mag u het gebruikelijk loon daarop baseren. De discussie met de Belastingdienst zal vooral gaan over de vraag of het door u gestelde loon inderdaad het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking is.
Tip! Wilt u meer weten over de gebruikelijk loonregeling? Lees dan ons whitepaper.
Reiskostenvergoeding onveranderd
De onbelaste vergoeding voor zakelijke reiskosten met eigen vervoer, waaronder woon-werkverkeer, blijft in 2025 € 0,23 per kilometer.
Thuiswerkvergoeding stijgt licht
Voor werknemers die thuiswerken, kan in 2025 een onbelaste vergoeding van € 2,40 per dag worden verstrekt. Dit is een lichte stijging ten opzichte van 2024 (€ 2,35 per dag).
Hoger normbedrag maaltijden voor werknemers
Als u uw werknemers maaltijden aanbiedt in de bedrijfskantine (of een vergelijkbare ruimte) of tijdens bedrijfsfeesten op de werkplek, moet u rekening houden met een vastgesteld normbedrag. Dit normbedrag stijgt van € 3,90 in 2024 naar € 3,95 per maaltijd in 2025. Deze waardering geldt niet als de maaltijd een meer dan bijkomstig karakter heeft, zoals bij werk tussen 17.00 en 20.00 uur, koopavonden, of therapeutisch mee-eten. In dat geval is de maaltijd op de bedrijfslocatie onbelast.
Hoger normbedrag huisvesting op de werkplek
Verzorgt u huisvesting op de werkplek? Dan kan daar onder voorwaarden een nihilwaardering voor gelden. Als deze nihilwaardering niet van toepassing is en er geen sprake is van een (dienst)woning, kunt u onder voorwaarden voor de waarde van de huisvesting een normbedrag in aanmerking nemen. Dit normbedrag voor huisvesting en inwoning stijgt van € 6,70 per dag in 2024 naar € 6,80 per dag in 2025.
Onbelaste vergoeding vrijwilligers blijft gelijk
U kunt vrijwilligers die binnen uw organisatie vrijwilligerswerk verrichten onder voorwaarden een onbelaste vergoeding geven. De vrijwilligersvergoeding blijft in 2025 ongewijzigd op € 2.100 per jaar en € 210 per maand. Een belangrijke voorwaarde is dat de vrijwilliger de werkzaamheden niet als beroep mag verrichten. Als de maximale vergoeding per uur in 2025 € 5,60 (in 2024: € 5,50) bedraagt voor vrijwilligers vanaf 21 jaar en € 3,30 (in 2024: € 3,25) voor vrijwilligers tot en met 20 jaar, gaat de Belastingdienst ervan uit dat de werkzaamheden niet als beroep worden verricht.
Salarisnorm 30%-regeling iets hoger
Voor toepassing van de 30%-regeling geldt een aantal voorwaarden. Een daarvan is dat de werknemer een specifieke deskundigheid heeft die niet of nauwelijks op de Nederlandse arbeidsmarkt te vinden is. Een werknemer wordt geacht te voldoen aan de specifieke deskundigheid als de beloning van de werknemer hoger is dan een vastgestelde salarisnorm. Waar het salaris in 2024 nog minimaal € 46.107 moest bedragen, moet dat vanaf 2024 minimaal € 46.660 zijn. Voor werknemers jonger dan 30 jaar met een masterdiploma bedraagt de salarisnorm in 2024 € 35.048. Ook deze salarisnorm is in 2025 met € 35.468 iets hoger.
Let op! Het loon voor de 30%-regeling is afgetopt op de WNT-norm. Deze norm bedraagt in 2025 € 246.000 (in 2024: € 233.000). In 2025 kan daarom maximaal € 73.800 onder de 30%-regeling onbelast worden uitbetaald (in 2024: € 69.900).