Het demissionaire kabinet presenteerde op maandag 15 april de Voorjaarsnota 2024 aan de Tweede en Eerste Kamer. Dit gebeurde eerder dan gepland, op verzoek van de informateurs. De nota bevat diverse aanpassingen voor de begroting van 2024 en een vooruitblik op de begrotingen voor komende jaren. Zo wordt bijvoorbeeld de mkb-winstvrijstelling verder verlaagd. In dit artikel zetten we de belangrijkste aanpassingen voor u als mkb-ondernemer op een rij.
Let op! Door de vervroegde publicatie van de Voorjaarsnota 2024 worden de doorrekening van de voorjaarsbesluitvorming van het CPB, de voorjaarsrapportage in het kader van het begrotingstoezicht van de Raad van State en de kabinetsreactie later bekend gemaakt, op uiterlijk 30 april 2024.
Voorjaarsnota 2024: wat is het?
De Voorjaarsnota bevat diverse aanpassingen op de begroting voor 2024 en een vooruitblik op de begrotingen voor de komende jaren. Het biedt een helder overzicht van financiële ontwikkelingen en maatregelen. Het is een belangrijk document voor het inzicht in de overheidsfinanciën en de koers voor de komende jaren.
Extra uitgaven in Voorjaarsnota: steun Oekraïne, toeslaggedupeerden en defensie
Het kabinet trekt extra geld uit voor:
- Militaire en humanitaire steun aan Oekraïne: € 4,4 miljard euro in de periode 2024-2026.
- Hersteloperatie Toeslagen: € 0,4 miljard euro extra in 2024 en € 0,9 miljard extra in 2025.
- Bewoners aardbevingsgebied Groningen: € 0,5 miljard extra in 2025.
- Decentrale overheden: structureel € 715 miljoen extra vanaf 2026.
- Versterking luchtverdediging en munitie: incidenteel € 500 miljoen in 2028.
Extra miljoenen voor noodopvang asielzoekers
De begroting kent een aantal forse tegenvallers, waaronder de extra kosten voor de opvang van asielzoekers. In 2024 wordt er € 375 miljoen en in 2025 € 700 miljoen extra uitgetrokken voor het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) voor nieuwe en bestaande locaties voor (crisis)noodopvang.
Tegenvallende inkomsten in de Voorjaarsnota
Naast de extra uitgaven zijn er ook tegenvallende inkomsten. Deze tegenvallende inkomsten komen onder meer door:
- Het behouden van de salderingsregeling voor zonnepanelen.
- Het afschaffen van de energiebelasting voor zware industrie.
- De nieuwe afbouw vrijstelling motorrijtuigenbelasting (mrb). Daarnaast is een nieuwe afbouw van de vrijstelling motorrijtuigenbelasting voor emissievrije personenauto’s afgesproken met een korting op de mrb voor deze auto’s vanaf 2026 van 40%, in 2029 van 35% en in 2030 van 30%.
Dekking van extra uitgaven en tegenvallers in Voorjaarsnota 2024
De extra uitgaven worden gedekt door meevallers op diverse begrotingen. De tegenvallende inkomsten worden gedekt door de volgende maatregelen:
- Verdere verlaging mkb-winstvrijstelling naar 12,03% vanaf 2025. de mkb-winstvrijstelling zou al vanaf 2025 verlaagd worden naar 12,7%. Deze wordt nu verder verlaagd naar 12,03%.
- Aanpassing hoogste tarief inkomstenbelasting: het tarief van de hoogste schijf in de inkomstenbelasting (49,5%) wordt in 2025 verlaagd met € 557. Dit in plaats van de eerder voorgenomen verhoging van € 1.000 ten opzichte van 2024. De verhoging wordt dus met € 557 verlaagd.
- Afschaffen aanschafsubsidie tweedehands elektrische auto’s: de aanschafsubsidie voor tweedehands elektrische personenauto’s (SEPP) wordt niet verlengd vanaf 2025. Voor de periode 2025 tot en met 2029 waren hiervoor middelen gereserveerd, maar de verlenging van de SEPP gaat niet door.
- Aanpassing kwijtscheldingswinstvrijstelling: zonder aanvullende fiscale regels zou het kwijtschelden van een schuld bij de schuldenaar belast zijn wanneer leningen worden kwijtgescholden. Om dit te voorkomen, bestaat de kwijtscheldingswinstvrijstelling. Deze vrijstelling zorgt ervoor dat de kwijtschelding niet belastbaar is, tenzij er verrekenbare verliezen zijn. Verliezen kunnen worden verrekend met de kwijtscheldingswinst, waardoor er geen belasting verschuldigd is. Sinds 2022 kunnen winsten boven de € 1 miljoen voor maximaal 50% worden verrekend met verliezen. Dit betekent dat u bij kwijtscheldingen die leiden tot een fiscale winst van meer dan € 1 miljoen, alsnog vennootschapsbelasting moet betalen. Om deze ongewenste situatie aan te pakken, worden er vanaf 1 januari 2025 aanpassingen doorgevoerd. De exacte invulling van deze regeling wordt later bekend gemaakt.
- Korting motorrijtuigenbelasting plug-in hybride auto’s: de aparte bpm-tabel voor plug-in hybride aangedreven personenauto’s (PHEV) vervalt per 2025. De PHEV wordt vanaf 2025 ondergebracht in de reguliere bpm-tabel.
- Correctie eindheffing bestelauto voor inflatie: het vaste bedrag voor de eindheffing van het privégebruik van de bestelauto van de zaak die afwisselend door meerdere werknemers wordt gebruikt wordt verhoogd met € 300. Dit bedrag is sinds de introductie in 2006 niet meer geactualiseerd en wordt gecorrigeerd voor de inflatie.
- Verhoging energiebelasting: het tarief in de 3e, 4e en 5e schijf in de energiebelasting op aardgas wordt per 2025 met 22,4% en per 2030 een extra 2,7% verhoogd.
- Vrijstelling voor duaal en non-energetisch verbruik kolen: deze wordt afgeschaft per 2027
Let op! In augustus kijkt het kabinet of het nodig is de begroting (nog meer) bij te stellen. Daarbij kan ook de dekking heroverwogen worden.
Kabinet pakt opmerkelijke belastingconstructies aan
- Het kabinet licht ook nog toe hoe het een aantal opmerkelijke belastingconstructies wil aanpakken. Voor de volgende constructies worden in 2024 of 2025 wetsvoorstellen ingediend:
- Constructies in de kavelruilvrijstelling in de overdrachtsbelasting: deze constructies worden anagepakt in het Belastingplan 2025.
- Kortdurende verhuurconstructies in de btw: deze constructies worden aangepakt in de Fiscale verzamelwet 2025.
- Belastingontwijking via de splitsingsvrijstelling in de overdrachtsbelasting: deze constructie wordt aangepakt in het Belastingplan 2025.
- Opknipgedrag bij vastgoed-bv’s om maximaal te profiteren van renteaftrek: deze constructies worden aangepakt in het Eindejaarsbesluit 2024.
- Belastingontwijking via niet-reguliere afwikkeling van pensioenaanspraken in de bv: deze constructie wordt aangepakt in het Belastingplan 2025.
Het kabinet onderzoekt nog of aanvullende wetgeving nodig is om de constructies aan te pakken waarbij de heffing in box 3 wordt ontweken via agiostorting en het terugkopen van bezittingen. Over een constructie in de lucratiefbelangregeling waarover op 9 april een motie is aangenomen, wordt de Kamer vóór het zomerreces van 2024 nader geïnformeerd.