Geeft u uw werknemers korting op producten of diensten uit uw bedrijf? Tot en met 2026 geldt hiervoor onder voorwaarden een vrijstelling in de loonbelasting. In de Belastingplannen voor 2027 staat dat deze vrijstelling vervalt. Daardoor vormt een personeelskorting vanaf 2027 in principe loon voor uw werknemer.
Deze wijziging raakt werkgevers die personeelskortingen aanbieden of een personeelswinkel hebben. Breng daarom tijdig in kaart welke kortingen u verstrekt. In dit artikel leest u wat er vanaf 2027 verandert en welke gevolgen dit heeft voor uw loonheffingen en de werkkostenregeling.
Personeelskorting: welke vrijstelling geldt tot en met 2026?
Tot en met 2026 geldt een gerichte vrijstelling als u uw personeel een vergoeding of korting geeft voor de aankoop van branche-eigen producten uit uw bedrijf. Dit zijn producten of diensten die uw onderneming normaal gesproken verkoopt of levert.
Over deze vergoeding of korting is geen loonbelasting verschuldigd als u aan de volgende voorwaarden voldoet:
- De vergoeding of korting bedraagt maximaal 20% van de waarde in het economische verkeer van het product.
- De kortingen en vergoedingen bedragen maximaal € 500 per werknemer per kalenderjaar.
Komt de korting boven een van deze grenzen uit? Dan geldt de vrijstelling niet voor het bedrag daarboven. Dat bedrag vormt loon voor uw werknemer. U kunt dit eventueel aanwijzen als eindheffingsloon en onderbrengen in de vrije ruimte van de werkkostenregeling. De aanwijzing moet dan wel voldoen aan het gebruikelijkheidscriterium.
Let op! De vrijstelling geldt niet als u een vergoeding of korting geeft voor een branchevreemd product.
Personeelskorting vanaf 2027: wat verandert er?
Het kabinet schaft de vrijstelling vanaf 2027 af. Daardoor is in principe elke korting of vergoeding op branche-eigen producten loon voor uw werknemer. Het maakt niet meer uit of de korting binnen 20% van de waarde en het jaarlijkse bedrag van € 500 blijft.
Als werkgever heeft u vanaf 2027 twee mogelijkheden. U belast de korting als individueel loon bij uw werknemer of u wijst de korting aan als eindheffingsloon en brengt deze onder in de vrije ruimte van de werkkostenregeling.
Wilt u de korting aanwijzen als eindheffingsloon? Doe dit vóór of uiterlijk op het moment waarop u de korting verstrekt. Achteraf aanwijzen is niet mogelijk. Zorg daarom dat uit uw loonadministratie duidelijk blijkt welke personeelskortingen u heeft aangewezen.
Let op! De vrije ruimte stijgt in 2027 iets. Over de eerste € 400.000 van de loonsom bedraagt deze 2,16% (2027), tegenover 2% (2026). Over het bedrag daarboven blijft de vrije ruimte 1,18%.
De verruiming kan een deel van de personeelskortingen opvangen. Toch kan het vervallen van de vrijstelling zorgen voor een groter beslag op uw vrije ruimte. Daardoor houdt u minder ruimte over voor andere vergoedingen en verstrekkingen.
Overschrijdt u de vrije ruimte? Dan betaalt u als werkgever 80% eindheffing over de overschrijding. Bereken daarom vooraf welke vergoedingen en verstrekkingen in 2027 ten laste van uw vrije ruimte komen.
Personeelskorting: wanneer geniet uw werknemer het voordeel?
Het moment waarop uw werknemer de korting daadwerkelijk geniet, bepaalt welke regels gelden. Alleen de korting in 2026 toezeggen is daarom niet altijd voldoende. Zegt u in 2026 een korting toe, maar ontvangt of gebruikt uw werknemer het voordeel pas in 2027? Dan gelden de nieuwe regels. Dit speelt bijvoorbeeld als u het product pas in 2027 levert of uw werknemer het product dan pas afhaalt.
Tip! Controleer niet alleen wanneer u een personeelskorting toezegt, maar ook wanneer u het product levert of wanneer het voordeel beschikbaar komt.
Personeelskorting voor oud-werknemers: wat verandert er?
De vrijstelling geldt tot en met 2026 ook als u een vergoeding of korting geeft aan een oud-werknemer. Vanaf 2027 vervalt de vrijstelling ook voor deze groep. Geeft u een oud-werknemer in 2027 een vergoeding of korting voor de aankoop van een branche-eigen product? Dan moet u dit ten laste van de vrije ruimte van de werkkostenregeling brengen. U mag de korting niet individueel belasten bij de oud-werknemer. Zo hoeft u geen loonbelasting te verhalen op een oud-werknemer.
De belastingheffing ligt daardoor volledig bij u als werkgever. Heeft u de vrije ruimte al volledig benut? Dan kunt u 80% eindheffing verschuldigd zijn over de korting aan de oud-werknemer.
Personeelskortingen in 2027: breng de gevolgen nu in kaart
De afschaffing vraagt om een herbeoordeling van uw personeelsregelingen. Maak daarom een volledig overzicht van de kortingen en vergoedingen die u aan werknemers en oud-werknemers verstrekt. Bereken vervolgens hoeveel vrije ruimte deze voordelen vanaf 2027 innemen. Controleer ook uw arbeidsvoorwaarden, personeelshandboek en kortingsregelingen. Daarin kan nu nog staan dat werknemers een netto voordeel of onbelaste korting ontvangen. Vanaf 2027 kan zo’n afspraak leiden tot extra kosten voor u of uw werknemer.
Beoordeel daarnaast hoe u vanaf 2027 met personeelskortingen wilt omgaan. U kunt de korting bijvoorbeeld individueel belasten, onderbrengen in de vrije ruimte of de omvang van de korting aanpassen. Leg de gekozen fiscale verwerking tijdig vast in uw loonadministratie en informeer uw werknemers duidelijk over veranderingen.
Tip! Bekijk of u in 2026 nog gebruik kunt maken van de bestaande vrijstelling. Blijf daarbij binnen de grens van 20% per product en € 500 per werknemer per kalenderjaar.
Afschaffing vrijstelling personeelskorting is nog niet definitief
De afschaffing maakt onderdeel uit van de Belastingplannen voor 2027. De Tweede en Eerste Kamer moeten nog met het voorstel instemmen. De regeling kan tijdens de parlementaire behandeling dus nog wijzigen. Wacht daarom niet met de praktische voorbereiding. Reken nu alvast verschillende scenario’s door. Zo kunt u uw arbeidsvoorwaarden en loonadministratie tijdig aanpassen zodra de definitieve regels bekend zijn.