Werkt u in een pand waar u ook woont, bijvoorbeeld boven uw winkel, praktijk of kantoor? Dan is de vraag of dit pand tot uw privé- of ondernemingsvermogen hoort. Die keuze is niet vrijblijvend: het heeft gevolgen voor uw belasting en winst. In dit artikel leest u wanneer een pand verplicht zakelijk of privé is.
Woon-werkpand: privé- of ondernemingsvermogen?
De Belastingdienst kijkt naar het zakelijke gebruik van het pand om te bepalen of het tot uw onderneming hoort.
- Gebruikt u het pand voor 10% of minder zakelijk? Dan geldt het pand verplicht als privévermogen.
- Gebruikt u het pand voor 90% of meer zakelijk? Dan moet u het als ondernemingsvermogen aanmerken.
- Gebruikt u het pand tussen de 10% en 90% zakelijk? Dan mag u zelf kiezen of het pand tot uw privé- of ondernemingsvermogen rekent. Die keuze is belangrijk, want deze bepaalt hoe het pand fiscaal wordt behandeld. Alleen in bijzondere situaties mag u hiervan afwijken.
Let op! Een pand moet voor minstens 10% zakelijk worden gebruikt, anders mag u het nooit aanmerken als ondernemingsvermogen. Kunt u dit niet aantonen? Dan kan de Belastingdienst correcties opleggen met mogelijke belastingheffing als gevolg.
Uw keuze heeft fiscale gevolgen
Uw keuze om een pand als privé- of ondernemingsvermogen aan te merken heeft fiscale gevolgen. En die keuze is niet zomaar terug te draaien. Wordt het pand als ondernemingsvermogen gezien? Dan is een eventuele winst bij verkoop belast. Een verlies is dan wel aftrekbaar. Heeft u het pand als privévermogen aangemerkt? Dan telt een verkoop niet mee in uw winst of verlies. Dat verschil kan al snel oplopen, zeker bij een waardestijging.
Casus: waarom een tandarts haar pand niet zakelijk mocht aanmerken
Een tandarts gebruikte een deel van haar woning als praktijkruimte. Ze wilde het pand aanmerken als ondernemingsvermogen, maar gebruikte het maar voor 7,75% zakelijk. Volgens de Belastingdienst was dat te weinig en die kreeg gelijk van zowel de rechter als de Hoge Raad.
Beroepsregels
De tandarts voerde aan dat ze verplicht binnen een half uur van haar praktijk moest wonen, dat haar praktijkmanager ook van de ruimte gebruikmaakte en dat de garage diende voor haar bedrijfsauto.
Toch oordeelde de rechter dat het pand geen ondernemingsvermogen was. De belangrijkste reden? De tandarts woonde al dicht bij haar praktijk vóór de aankoop van het pand. Daarnaast ontbrak bewijs voor het zakelijke gebruik van de garage, en het gedeelde gebruik door de praktijkmanager veranderde niets aan het percentage.
Let op! Gebruik u een pand (gedeeltelijk) zakelijk? Dan moet u dat dus ook duidelijk kunnen aantonen.