Op 1 oktober 2013 treedt de tijdelijke overbruggingsuitkering AOW in werking. Deze tijdelijke regeling werkt terug vanaf 1 januari 2013 en geldt tot en met 2018. Stopt uw VUT- of prepensioenuitkering (of een vergelijkbare regeling) voordat u AOW krijgt, dan komt u mogelijk in aanmerking voor een periodieke overbruggingsuitkering totdat uw AOW-pensioen ingaat.
De komende jaren gaat de AOW-leeftijd steeds verder omhoog. Neemt u deel aan een VUT-regeling of een vergelijkbare regeling die eindigt bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd dan kan er, door de verhoging van de AOW-leeftijd, een overbruggingsprobleem ontstaan. Dit doet zich vooral voor bij mensen met een laag inkomen voor wie het AOW-pensioen het belangrijkste deel van het besteedbaar inkomen is.
Inkomens- en vermogenstoets
Betekent het wegvallen van een of meer maanden AOW-inkomen voor u een forse inkomensachteruitgang dan komt u mogelijk in aanmerking voor de tijdelijke verbruggingsuitkering AOW. De regeling is toegankelijk voor mensen met een inkomen tot 200% van het wettelijk brutominimumloon (en 300% voor paren). U komt bovendien alleen in aanmerking als u uiterlijk in 2018 65 jaar wordt.
Daarnaast kent de regeling een vermogenstoets. Hierbij wordt het aanwezige box 3-vermogen getoetst op 1 januari van het jaar waarin u de leeftijd van 65 jaar bereikt. Uw eigen woning en uw pensioenvermogen tellen niet mee. Daarnaast wordt ook een gedeelte van het vermogen in box 3 vrijgelaten. Dit betekent voor een (volwassen) eenpersoonshuishouden dat er met een vermogen van € 21.139 (2013) recht bestaat op een overbruggingsuitkering en voor een (volwassen) tweepersoonshuishouden tot een vermogen van € 42.278 (2013).
Hoe hoog is de uitkering?
De overbruggingsuitkering is een uitkering op minimumniveau, net zoals de bijstand. Andere inkomsten, zoals aanvullende pensioenen, gaan van de uitkering af. Inkomsten uit werk worden gedeeltelijk afgetrokken.