De Tweede Kamer heeft ingestemd met een nieuw box 3-stelsel dat vanaf 2028 uitgaat van werkelijk rendement. Dat betekent dat niet alleen ontvangen rente en dividend worden belast, maar ook waardeontwikkelingen van uw bezittingen. De Eerste Kamer moet nog instemmen, maar de hoofdlijnen zijn duidelijk. Wat verandert er precies voor u als ondernemer? Wij zetten de belangrijkste punten voor u uiteen. Let op! Het nieuwe box 3-stelsel is dus nog niet definitief. De Eerste Kamer moet nog instemmen en parameters kunnen vóór 2028 worden aangepast. Verschillende uitvoeringsdetails volgen nog in latere regelgeving en beleid.
- Welke inkomsten vallen vanaf 2028 onder box 3?
- Bij uitzondering vermogenswinstbelasting
- Vastgoedbijtelling bij beperkte huur
- Welke kosten mag u aftrekken in box 3?
- Welk box 3-tarief tarief geldt vanaf 2028?
- Wanneer treedt het nieuwe box 3-stelsel in werking?
- Komt er alsnog een vermogenswinstbelasting?
- Wat betekent dit nieuwe box 3-stelsel voor u als ondernemer?
Welke inkomsten vallen vanaf 2028 onder box 3?
Vanaf 2028 betaalt u belasting over uw werkelijk rendement. Dat bestaat uit zowel directe inkomsten als waardestijgingen van uw vermogen. Onder het werkelijke rendement vallen onder meer:
- Rente op bank- en spaarrekeningen
- Dividend op beleggingen
- Huuropbrengsten
- Verkoopwinsten en -verliezen op beleggingen en overige bezittingen
Nieuw is dat in 2028 ook ongerealiseerde waardestijgingen meetellen. Stijgt de waarde van uw beleggingen of andere bezittingen gedurende het jaar? Dan wordt deze jaarlijkse waardeontwikkeling belast, ook als u niet verkoopt. Voor deze bezittingen geldt een vermogensaanwasbelasting.
Let op! De exacte invulling per categorie (bijv. crypto, niet-beursgenoteerde belangen) wordt nader uitgewerkt en kan specifieke waarderingsregels kennen.
Bij uitzondering vermogenswinstbelasting
Voor sommige bezittingen geldt een uitzondering op de vermogensaanwasbelasting. Dat is het geval bij onroerende zaken en bij aandelen in start-ups en scale-ups. Bij deze bezittingen betaalt u geen belasting over de jaarlijkse waardeontwikkeling. U betaalt pas belasting wanneer u de bezitting verkoopt en daadwerkelijk winst realiseert. Dit noemen we een vermogenswinstbelasting.
Voor vastgoed betekent dit dat:
- Huurinkomsten jaarlijks worden belast
- Waardestijging pas wordt belast bij verkoop
Hierdoor wijkt de behandeling van vastgoed af van bijvoorbeeld beleggingen in aandelen of effecten, waar de jaarlijkse waardeontwikkeling wél meetelt.
Let op! De Tweede Kamer heeft de regering gevraagd om een duidelijke definitie van familiebedrijven uit te werken. Daarbij wordt onderzocht of aandelen in familiebedrijven ook onder de vermogenswinstbelasting kunnen vallen in plaats van onder de vermogensaanwasbelasting. De exacte invulling volgt nog.
Vastgoedbijtelling bij beperkte huur
Verhuurt u uw onroerende zaak minder dan 90% van het jaar? Dan geldt een zogenaamde vastgoedbijtelling van 3,35% van de WOZ-waarde, als dit hoger is dan de werkelijke huurinkomsten.
Dat betekent dat ook bij beperkt of geen verhuur toch een minimumrendement wordt belast. Gebruikt u bijvoorbeeld een vakantiewoning voor eigen gebruik? Dan wordt alsnog een rendement van 3,35% van de WOZ-waarde als rendement in aanmerking genomen.
Let op! De exacte definitie van ‘minder dan 90% verhuurd’ moet nog worden uitgewerkt. Daarbij spelen onder meer leegstand en kortdurende verhuur een rol.
Let op! De vastgoedbijtelling staat politiek ter discussie. De Tweede Kamer heeft de regering gevraagd het vastgoedbijtellingspercentage vóór 1 januari 2028 te actualiseren, aanvullend onderzoek te doen naar het rendement op vakantiewoningen en een mogelijke tegenbewijsregeling te verkennen. De uitwerking volgt nog.
Welke kosten mag u aftrekken in box 3?
Bij het berekenen van uw werkelijke rendement mag u vanaf 2028 bepaalde kosten aftrekken. Denk aan:
- Betaalde rente op schulden
- Kosten van een bankrekening
- Kosten bij aan- en verkoop van beleggingen en overige bezittingen
- Onderhouds- en andere periodieke kosten van uw onroerende zaken
Niet alle kosten zijn aftrekbaar. Alleen kosten die direct samenhangen met uw box 3-bezittingen en met het behalen van rendement tellen mee.
Kosten voor verbeteringen of verbouwingen van vastgoed zijn meestal geen periodieke kosten. U verwerkt deze pas bij de berekening van de winst bij verkoop.
Daarnaast moet u schuldrente toerekenen aan bezittingen waarop deze betrekking heeft. Algemene schulden en algemene kosten zijn niet altijd volledig aftrekbaar. De precieze afbakening, bijvoorbeeld bij vermogensbeheer- of platformkosten, volgt nog in uitvoeringsregels.
Welk box 3-tarief tarief geldt vanaf 2028?
Het voorgestelde tarief in box 3 bedraagt vanaf 2028 36%. U betaalt dan 36% belasting over uw werkelijke rendement. Daarbij geldt een heffingsvrij inkomen van € 1.800.
Het is nog niet definitief of dit heffingsvrije inkomen per belastingplichtige geldt of per fiscaal partner samen. Ook de precieze samenloopregels worden nog uitgewerkt. De genoemde bedragen kunnen in het verdere wetgevingsproces nog wijzigen.
Let op! Heeft u in een jaar een negatief rendement? Dan mag u dit verrekenen met positieve rendementen in de volgende kalenderjaren. Er geldt wel een verliesdrempel van € 500. De eerste € 500 aan negatief rendement kunt u dus niet verrekenen. De exacte voorwaarden en de duur van de verliesverrekening volgen nog. Wat verandert er ten opzichte van het huidige box 3-stelsel?
In het huidige box 3-stelsel betaalt u belasting over een forfaitair rendement. De Belastingdienst gaat daarbij uit van vaste percentages voor bank- en spaartegoeden, schulden en overige bezittingen. Uw werkelijke rendement speelt daarbij geen directe rol. Is uw werkelijke rendement lager? Dan kunt u een beroep doen op de tegenbewijsregeling.
Vanaf 2028 verandert dit fundamenteel. Dan betaalt u belasting over uw werkelijke rendement. Niet langer een vast percentage, maar uw daadwerkelijke inkomsten en waardestijgingen vormen de basis.
De manier waarop het werkelijke rendement vanaf 2028 wordt berekend, verschilt bovendien van de berekening onder de huidige tegenbewijsregeling. De systematiek wordt dus inhoudelijk anders.
Wanneer treedt het nieuwe box 3-stelsel in werking?
De beoogde ingangsdatum van het nieuwe box 3-stelsel te halen is 1 januari 2028. D,e Tweede Kamer heeft tijdig ingestemd met het wetsvoorstel. De Eerste Kamer moet nog instemmen. Wanneer dat gebeurt, is op dit moment nog niet bekend. Daarnaast moet de wet verder worden uitgewerkt in uitvoeringsbesluiten. Denk aan regels over waardering, peildata en administratie-eisen. Ook overgangsrecht en maatregelen tegen fiscale arbitrage kunnen nog volgen.
Let op! Hoewel 2028 het uitgangspunt is, staat de definitieve uitvoering dus nog niet volledig vast. Ook het overgangsrecht en anti‑arbitrage/anti‑misbruikmaatregelen (bijv. verschuivingen naar box 2 of BV‑structuren) worden nog uitgewerkt.
Komt er alsnog een vermogenswinstbelasting?
Het nieuwe box 3-stelsel is politiek omstreden. Met name de vermogensaanwasbelasting leidt tot discussie. De huidige coalitie heeft in het coalitieakkoord opgenomen dat zij wil toewerken naar een stelsel op basis van vermogenswinstbelasting.
De Tweede Kamer heeft de regering gevraagd uiterlijk bij het Belastingplan 2029 een alternatief stelsel op basis van vermogenswinstbelasting uit te werken, inclusief de dekking van de budgettaire gevolgen. Totdat zo’n nieuw stelsel daadwerkelijk wordt ingevoerd, blijft de vermogensaanwasbelasting gelden voor bezittingen die niet onder een uitzondering vallen. Daarbij kunnen tarieven en andere uitgangspunten in de komende jaren nog worden aangepast.
Wat betekent dit nieuwe box 3-stelsel voor u als ondernemer?
Het nieuwe box 3-stelsel raakt direct uw privévermogen. Zeker als u belegt, vastgoed aanhoudt of belangen heeft in start-ups of familiebedrijven, kan de belastingdruk veranderen. Het is verstandig om tijdig inzicht te krijgen in:
- De samenstelling van uw box 3-vermogen
- De verwachte waardeontwikkelingen
- Mogelijke verkoop- of herstructureringsmomenten
- De gevolgen voor uw liquiditeitspositie