Bent u werkgever of werkt u met zelfstandigen? Dan is het belangrijk dat u op de hoogte bent van de veranderingen die sinds 1 januari 2026 van kracht zijn. Er zijn dit jaar verschillende fiscale en arbeidsrechtelijke wijzigingen die gevolgen kunnen hebben voor uw organisatie of uw fiscale positie. In dit artikel zetten we tien relevante veranderingen voor u op een rij, zodat u weet waar u aan toe bent en waar nodig kunt bijsturen.
Wijzigingen voor werkgevers en dga’s in 2026
- Wijziging 1: Pseudo-eindheffing auto
- Wijziging 2: Bijtelling regels voor auto zonder CO2-uitstoot
- Wijziging 3: Youngtimerregeling
- Wijziging 4: Verhoging minimumloon
- Wijziging 5: Handhaving schijnzelfstandigheid
- Wijziging 6: Gebruikelijk loon
- Wijziging 7: WKR
- Wijziging 8: Maximale vrijwilligersvergoeding
- Wijziging 9: LKV banenafspraak
- Wijziging 10: Geen rapportageplicht WPM voor kleinere werkgevers
1. Pseudo-eindheffing auto: dit verandert er vanaf 2027
Er geldt geen wijziging per 1 januari 2026, maar het is belangrijk om nu al rekening te houden met een nieuwe heffing in 2027. Vanaf dat jaar betaalt u als werkgever 12% pseudo-eindheffing in de loonbelasting over de cataloguswaarde van personenauto’s met CO₂-uitstoot die u aan uw werknemers ter beschikking stelt. Deze regeling geldt niet voor auto’s zonder CO₂-uitstoot, bestelauto’s of auto’s die niet privé gebruikt worden (woon-werkverkeer telt hierbij als privé). De pseudo-eindheffing mag niet worden doorbelast aan de werknemer.
Let op! Voor auto’s die voor 17 september 2025 zijn besteld en die al vóór 1 januari 2027 zijn geleverd en ter beschikking zijn gesteld, geldt overgangsrecht. De pseudo-eindheffing geldt dan pas vanaf 18 september 2030.
Let op! Poolauto’s vallen onder de pseudo-eindheffing als ze in een kalendermaand privé worden gebruikt, ongeacht door welke werknemer.
2. Bijtelling: regels voor auto zonder CO2-uitstoot
In 2026 geldt voor het privégebruik van nieuwe uitstootvrije auto’s een bijtelling van 18% over de eerste € 30.000 van de cataloguswaarde. Over het bedrag daarboven betaalt u 22%. Voor waterstof- en zonnecelauto’s geldt de korting over de volledige waarde, mits aan de technische voorwaarden wordt voldaan. Vanaf 2027 stijgt de bijtelling op het eerste deel naar 20%. Voor auto’s die rijden op waterstof of zonne-energie geldt het bijtellingspercentage over de volledige cataloguswaarde.
Voor auto’s zonder CO-uitstoot die in 2026 of 2027 voor het eerst worden toegelaten, geldt het bijtellingspercentage van het jaar van toelating gedurende 60 maanden (eerbiedigende werking).
Let op! Voor auto’s met CO₂-uitstoot blijft de bijtelling in 2026 22%. Gaat het om een auto van vóór 2017, dan is de bijtelling 25%, tenzij het een auto zonder uitstoot is of een youngtimer. In dat geval gelden afwijkende percentages, afhankelijk van het type voertuig en het bouwjaar.
3. Youngtimerregeling: leeftijdsgrens omhoog in 2026
In 2026 valt een auto onder de youngtimerregeling als deze zestien jaar geleden voor het eerst in gebruik is genomen. De bijtelling bedraagt dan 35% van de waarde in het economisch verkeer. In 2025 gold deze regeling nog voor auto’s van vijftien jaar oud.
Heeft een auto in 2026 nog niet de leeftijd van zestien jaar bereikt, maar is deze wel vóór 1 januari 2017 voor het eerst in gebruik genomen? Dan geldt een bijtelling van 25% over de cataloguswaarde. Bij auto’s zonder CO₂-uitstoot mag u tot een cataloguswaarde van € 30.000 een lager percentage van 21% toepassen.
Tip! Heeft u in 2025 een auto aan dezelfde werknemer ter beschikking gesteld die toen vijftien jaar of ouder was? Dan mag u in 2026 blijven uitgaan van een bijtelling van 35% over de waarde in het economisch verkeer. U mag kiezen voor de bijstelling over de cataloguswaarde als dat gunstiger is.
Let op! Vanaf 1 januari 2027 wordt de leeftijdsgrens verhoogd naar vijfentwintig jaar. Dan geldt er geen overgangsregeling meer.
Let op! Voor nulemissieauto’s die onder de youngtimerregeling vallen, geldt geen extra korting: 35% over de waarde in het economisch verkeer.
4. Verhoging minimumloon: dit verandert er
Het wettelijk bruto minimumuurloon is per 1 januari 2026 verhoogd naar € 14,71 voor werknemers van 21 jaar of ouder. Dit was op 1 juli 2025 nog € 14,40. Voor jongere werknemers gelden afgeleide uurlonen, gebaseerd op leeftijd.
Per 1 januari 2027 is het de bedoeling om deze afgeleide percentages verder te verhogen. Zo stijgt het percentage voor een 20-jarige van 80% (2025) naar 87,5%, voor een 19-jarige van 60% naar 75%, voor een 18-jarige van 50% naar 62,5%, voor een 17-jarige van 39,5% naar 50% en voor een 16-jarige van 34,5% naar 40%. Voor 15-jarigen blijft het percentage 30%.
Let op! De exacte bedragen voor het minimumloon worden elk half jaar vastgesteld op basis van de gemiddelde contractloonontwikkeling; genoemde bedragen zijn indicatief.
5. Handhaving schijnzelfstandigheid: versoepeling in 2026
In 2026 blijft de Belastingdienst in veel gevallen terughoudend in de handhaving op schijnzelfstandigheid. Net als in 2025 start een controle meestal met een bedrijfsbezoek, gevolgd door de kans om de bedrijfsvoering aan te passen. Het beleid is risicogericht: sectoren met veel schijnzekerheid krijgen prioriteit.
Wel kan de Belastingdienst nu al naheffingen opleggen. Nieuw ten opzichte van 2025 is dat ook vergrijpboetes mogelijk zijn als sprake is van (voorwaardelijke) opzet of grove schuld. Verzuimboetes worden in 2026 nog niet opgelegd.
Let op! Deze versoepelde aanpak geldt alleen nog in 2026. Vanaf 2027 start de Belastingdienst direct met handhaving en kunnen ook verzuimboetes volgen.
6. Gebruikelijk loon: nieuw normbedrag
Het normbedrag voor het gebruikelijk loon is per 2026 verhoogd naar € 58.000 per jaar. Dit is € 2.000 hoger dan in 2025. Als dga mag u dit bedrag niet automatisch toepassen. Het gebruikelijk loon hangt bijvoorbeeld ook af van het loon in de meest vergelijkbare dienstbetrekking én van het loon van de meestverdienende werknemer binnen uw bv of verbonden vennootschappen. De bewijslast ligt bij de dga/bv.
7. WKR: hogere normbedragen
In 2026 blijft de vrije ruimte in de werkkostenregeling (WKR) gelijk: 2% van de loonsom tot € 400.000 en 1,18% over het bedrag daarboven.
Wel zijn verschillende normbedragen binnen de WKR verhoogd. De onbelaste vergoeding voor thuiswerken is gestegen naar € 2,45 per dag (2025: € 2,40). Een maaltijd op de werkplek wordt gewaardeerd op € 4,05 (2025: € 3,95). Voor inwoning is het normbedrag verhoogd naar € 7,00 per dag (2025: € 6,80).
Let op! Op een dag waarop zowel thuis als op kantoor wordt gewerkt, mag slechts één van de gerichte vrijstellingen (thuiswerk of reiskosten) worden toegepast.
8. Maximale vrijwilligersvergoeding omhoog
In 2026 mag u een vrijwilliger maximaal € 2.200 per jaar en € 220 per maand onbelast vergoeden (2025: € 2.100 / € 210). Deze vergoeding geldt alleen als de werkzaamheden niet bij wijze van beroep worden verricht en plaatsvinden bij een aangewezen, niet-commerciële organisatie. Deze vrijwilligersregeling geldt alleen voor werkzaamheden bij een ANBI, sprotorganisatie of andere niet-commerciële organisaties die niet aan de vennootschapsbelasting is onderworpen.
De Belastingdienst gaat ervan uit dat dit het geval is wanneer de vergoeding per uur in 2026 maximaal € 5,75 bedraagt (2025: € 5,60). Voor vrijwilligers jonger dan 21 jaar ligt het maximum op € 3,40 per uur (2025: € 3,30). Bij overschrijding is de volledige vergoeding belast als loon. De werkelijke kosten mogen onbelast worden vergoed als alternatief, maar niet naast de forfaitaire vrijwilligersvergoeding.
Let op! Voor vrijwilligers met een bijstandsuitkering gelden lagere maxima, tenzij het vrijwilligerswerk als re-integratie wordt aangemerkt.
9. LKV banenafspraak verandert in 2026
Per 2026 verandert het loonkostenvoordeel (LKV) voor de banenafspraak op meerdere punten. Zo is een doelgroepverklaring niet langer nodig. U controleert voortaan zelf in het doelgroepregister van het UWV of een werknemer daarin is opgenomen.
Ook vervalt de maximale duur van drie jaar. Zolang de werknemer in dienst is én in het register staat, behoudt u recht op het LKV. Voor scholingsbelemmerden en werknemers met een indicatie beschut werk vervalt het LKV, tenzij sprake is van een dienstverband dat al vóór 2026 is gestart.
Let op! Het LKV voor oudere werknemers is vanaf 1 januari 2026 vervallen voor nieuwe dienstverbanden die op of na 1 januari 2024 zijn gestart. Voor oudere dienstverbanden blijft het LKV gelden tot het einde van de oorspronkelijke looptijd (maximaal drie jaar).
10. Geen rapportageplicht WPM voor kleinere werkgevers
Vanaf 2027 worden bedrijven met minder dan 250 werknemers waarschijnlijk vrijgesteld van de rapportageverplichting werkgebonden personenmobiliteit (WPM). Die verplichting geldt nu nog voor werkgevers met 100 of meer werknemers en ziet op het vastleggen van zakelijke kilometers en woon-werkverkeer.
Tot 1 januari 2027 geldt nog wél een verplichting, maar gemeenten en omgevingsdiensten zijn opgeroepen om terughoudend te zijn met handhaving bij bedrijven tot 250 werknemers. De wetgeving die deze vrijstelling vanaf 2027 moet regelen, is nog in voorbereiding.