Het aantonen van oorsprong van goederen wordt doorgaans gedaan via leveranciersverklaringen. Deze verklaring wordt door de toeleverancier afgegeven en kan tot gevolg hebben dat minder of geen invoerrechten verschuldigd zijn in het bestemmingsland (preferentiële oorsprong). Niet-preferentiële leveranciersverklaring kunnen als bewijsmiddel gelden bij handelsmaatregelen (zoals antidumpingheffingen). Vraagt uw afnemer om een leveranciersverklaring? Lees dan in dit artikel over de kansen en risico’s van een leveranciersverklaring.

Wat is een leveranciersverklaring?

Een leveranciersverklaring (LVO) is een verklaring van de leverancier over de oorsprong van de goederen die hij heeft geleverd. Als leverancier betekent dit dat u bekend moet zijn met de “oorsprong” van de goederen, namelijk het land waar de goederen zijn gefabriceerd,

Verschillende vormen van leveranciersverklaringen

Er bestaan verschillende varianten van oorsprongdocumenten:

Preferentiële documenten

Deze documenten geven aan dat goederen zijn onderworpen aan verlaagde tarieven of vrijstellingen wanneer ze worden geëxporteerd naar landen die deze rechten bieden. Preferentiële documenten kunnen worden gebruikt voor landen van bestemming waar een vrijhandelsovereenkomst mee is gesloten.

Niet-preferentiële documenten

Deze documenten geven aan dat de goederen een bepaalde oorsprong hebben in het kader van handelsmaatregelen. Dit zijn de meest voorkomende Certificaten van Oorsprong die een autoriteit (zoals de Kamer van Koophandel) uitgeeft.

Deze certificaten verschillen dus van elkaar. Niet alleen vanwege de werking, maar ook vanwege het benodigde bewijs voor deze documenten.

Preferentiële leveranciersverklaringen

Wil een leverancier verklaren dat producten van preferentiële oorsprong uit een bepaald land afkomstig zijn? Dan is er in veel gevallen een leveranciersverklaring nodig. Een leveranciersverklaring dient namelijk als bewijs voor het afgeven van een oorsprongverklaring of het opvragen van een EUR.1-certificaat. De Europese Unie heeft met meerdere landen vrijhandelsovereenkomsten gesloten. Hierdoor zijn goederen van oorsprong uit de EU naar die landen geheel of gedeeltelijk vrijgesteld van invoerrechten en andersom.

Let op! Leveranciersverklaringen mogen voor maximaal 24 maanden worden afgegeven en kunnen met terugwerkende kracht voor maximaal 12 maanden worden afgegeven.

Wilt u een EUR.1-certificaat aanvragen? Dan heeft u een leveranciersverklaring voor producten van preferentiële oorsprong (2015/2447) nodig. Hiermee verklaart de leverancier dat de oorsprong van de geleverde (EU) goederen preferentieel is en kunt u aanspraak maken op een gehele of gedeeltelijke vrijstelling van invoerrechten. De goederen moeten voldoen aan de oorsprongregels in het handelsverkeer met het land waarnaar geëxporteerd wordt. Aan de hand van de oorsprongscriteria in het vrijhandelsakkoord tussen de EU en het bestemmingsland, wordt vervolgens bepaald of er sprake is van een preferentiële oorsprong. Het is dan ook noodzakelijk dat oorsprong en herkomst niet met elkaar verward worden. Overigens is slechts de vermelding van oorsprong op een factuur in alle gevallen onvoldoende.

Let op! Het is van belang dat de juiste oorsprong wordt vermeld in de leveranciersverklaringen, aangezien het ten onrechte vermelden van een bepaalde oorsprong nadelige gevolgen kan hebben. De afnemer past in dergelijke gevallen ten onrechte een verlaagd (preferentieel) tarief toe, wat kan resulteren in navorderingen. Deze schade zal de afnemer op de toeleverancier (proberen te) verhalen.

Niet-preferentiële leveranciersverklaringen

Wilt u een Certificaat van Oorsprong bij de Kamer van Koophandel aanvragen? Dan heeft u een niet-preferentiële leveranciersverklaring nodig. Voor het bepalen van de niet-preferentiële oorsprong kunnen andere vereisten gelden dan hierboven beschreven. Zo is het vaker van belang waar de laatste economisch verantwoorde bewerking of verwerking heeft plaatsgevonden en in hoeverre deze een belangrijk fabricagestadium vertegenwoordigt. Zo levert het aanbrengen van logo’s of het verpakken van goederen geen niet-preferentiële oorsprong op in het land waar deze handeling plaatsvindt. Deze handelingen kwalificeren namelijk als minimale bewerkingen.

Let op! Bij het onterecht afgeven van niet-preferentiële leveranciersverklaringen bestaat ook het risico op claims. Zo zal een afnemer die hierdoor met antidumpingheffingen te maken heeft, deze op de leverancier proberen te verhalen.

Wij raden aan om de oorsprong en de classificatie altijd te (laten) beoordelen voordat een leveranciersverklaring wordt afgegeven. Wilt u dit goed regelen en laten beoordelen of u een juiste verklaring af geeft? Vanzelfsprekend kunnen wij hierbij assisteren.

Geschreven door:

Nando Kersten

Belastingadviseur