Vrijdag 30 januari 2026 presenteerden D66, VVD en CDA het coalitieakkoord 2026-2030, met de titel: ‘Aan de slag, Bouwen aan een beter Nederland’. In dit akkoord staan plannen op het gebied van ondernemen, werken, wonen en fiscaliteit. In dit artikel leest u een selectie van de belangrijkste plannen uit het coalitieakkoord en wat deze betekenen voor u als ondernemer.
- Slanke en slagvaardige overheid
- Wat verandert er voor ondernemers?
- Zzp’ers: meer duidelijkheid en nieuwe wetgeving
- Wat verandert er voor werkgevers?
- Woningmarkt: plannen voor bouwen en doorstroming
- Particulieren: fiscale en sociale maatregelen
Let op! Het coalitieakkoord omvat de plannen van het minderheidskabinet. Deze plannen zijn nog niet in detail uitgewerkt. Daarnaast moet het minderheidskabinet nog onderhandelen met andere partijen in de Tweede en Eerste Kamer om een meerderheid te krijgen voor deze plannen. Houd er daarom rekening mee dat bepaalde zaken niet doorgaan of alleen in gewijzigde vorm.
Slanke en slagvaardige overheid
De coalitie wil bouwen aan een slanke en slagvaardige overheid. Een belangrijk onderdeel hiervan is een periodieke Vereenvoudigingswet, waarbij gestart wordt met het schrappen en vereenvoudigen van minimaal 500 regels. Dit moet de regeldruk voor ondernemers verminderen.
Daarnaast komt er een efficiencytaakstelling, met als doel om de apparaatsuitgaven structureel te verminderen.
Wat verandert er voor ondernemers?
De coalitie benadrukt het belang van ondernemers voor het bereiken van meer economische groei, voor brede welvaart en voor de uitdagingen van de toekomst. De coalitie wil daarom de ondernemer faciliteren en rust, reinheid en regelmaat creëren. Dat doet het onder meer met maatregelen die de regeldruk verlagen, investeringen stimuleren en het fiscale klimaat stabiel houden.
Minder regels en snellere procedures
Het kabinet wil jaarlijks minimaal 500 regels schrappen of vereenvoudigen. Ook versnelt de vergunningsverlening voor bedrijven, zodat investeringen sneller van de grond komen.
Behoud van fiscale regelingen
De expatregeling, de bedrijfsopvolgingsregeling en de doorschuifregeling blijven behouden en worden niet versoberd. Ook blijven de innovatiebox, de verliesverrekening en deelnemingsvrijstelling in stand (voornemen). Daarnaast verhoogt het kabinet de vennootschapsbelasting niet. Nadere uiterking en eventuele voorwaarden volgen.
Vrijheidsbijdrage voor bedrijven
Naast de plannen om het vestigingsklimaat stabiel te houden, voert de coalitie een vrijheidsbijdrage in voor bedrijven. Deze bijdrage wordt vanaf 2027 vormgegeven via een verhoging van de Aofpremie en loopt op tot € 1,5 miljard in 2027 en structureel € 1,7 miljard vanaf 2028. De precieze invulling wordt nog uitgewerkt in overleg met ondernemersorganisaties.
Stimulering van innovatie en investeringen
De WBSO wordt uitgebreid voor de ontwikkeling van AI en technologie en tegelijk vereenvoudigd. Verder wil het kabinet de EIA, MIA en VAMIL waar mogelijk samenvoegen tot één robuuste investeringsregeling. Daarnaast wordt de rentmeestervennootschap in de wet opgenomen als rechtsvorm voor bedrijven. Hiermee wil het kabinet duurzaam ondernemen stimuleren en tegelijk de administratieve lasten en kosten voor bedrijven verlagen.
Om investeringen te stimuleren richt het kabinet een Nationale Investeringsinstelling (NII) op. Deze instelling moet de Nederlandse kapitaalmarkt versterken, onder meer met durfkapitaal voor start- en scale-ups. Afstemming met bestaande instrumenten (Invest-NL/ROM’s) volgt. Kredieten voor het mkb, zoals de BMKB, blijven beschikbaar.
Duurzaamheid en energie
Tot en met 2032 komen er zes nieuwe openstellingsrondes van de SDE++, met een jaarlijks openstellingsbudget van € 8 miljard voor de uitrol van duurzame energiebronnen.
Daarnaast is er een budget van € 20 miljard voor de landbouw, natuur en stikstofaanpak. Dit budget is onder meer bedoeld voor een vrijwillige beëindigingsregeling van veehouderijlocaties, het bieden van incidentele compensatie in zones rondom kwetsbare natuur- en watergebieden en subsidiëring van maatregelen die de stikstofuitstoot van agrarische bedrijven te verlagen. Dit door middel van verduurzaming van de bedrijfsvoering en maatregelen met een significante verlaging van stikstof-/ammoniakemissies in de industrie en de mobiliteit. Details en regionale invulling volgen.
Hoewel de coalitie sterk inzet op verduurzaming, verdwijnt tegelijkertijd de nationale CO₂-heffing voor de industrie. Dit is een opvallende verschuiving, omdat het kabinet hiermee kiest voor Europese beprijzing via o.a. ETS en CBAM, en minder nationale lasten voor bedrijven in industriële sectoren.
Let op! Er zijn ook een aantal plannen die bij bepaalde ondernemers minder goed ontvangen zullen worden, onder meer de invoering van een suikertaks op voorgepakte voedingsmiddelen met een suikergehalte van minimaal 6%.
Zzp’ers: meer duidelijkheid en nieuwe wetgeving
De coalitie wil zzp’ers meer ruimte en duidelijkheid geven om te ondernemen. Het conceptwetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoedens (Vbar) wordt gesplitst. Het rechtsvermoeden van werknemerschap uit dit voorstel wordt zo spoedig mogelijk ingevoerd (criteria/drempels volgen). Het andere deel van de Vbar (het verduidelijkingsdeel) wordt vervangen door de Zelfstandigenwet.
De coalitie beperkt het gebruik van externe inhuur bij de overheid, met name langdurige inhuur. Dit raakt zelfstandigen die opdrachten uitvoeren in de publieke sector: specialistische kennis blijft welkom, maar de inzet van zzp’ers wordt strikter beoordeeld en meer beperkt tot kortdurende en afgebakende opdrachten.
Daarnaast zet het kabinet de behandeling van de Wet basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen (BAZ) voort. Praktisch: het rechtsvermoeden kan de bewijslast verleggen richting opdrachtgever bij bepaalde werkzaamheden of omstandigheden. Dit kan aanleiding zijn om contracten en tariefstructuren te herijken.
Wat verandert er voor werkgevers?
De coalitie heeft ook plannen voor werkgevers. Deze plannen raken onder meer loonkosten, personeel, sociale zekerheid en administratieve verplichtingen.
Beloning, scholing en participatie
Werkgevers krijgen via de werkkostenregeling meer ruimte om werknemers te helpen bij het sneller aflossen van hun studieschulden. Voor start- en scale-ups wordt het eenvoudiger om medewerkers (deels) te belonen met aandelen(opties). Ook breidt het kabinet de mogelijkheden uit om financiële medewerkersparticipaties fiscaal voordelig te verstrekken.
Daarnaast komt er een wettelijke stagevergoeding. Voor Leven Lang Ontwikkelen (LLO) maakt het kabinet structureel geld beschikbaar. Op de korte termijn komt er een nieuwe regeling die gericht ingezet wordt in bijvoorbeeld tekortsectoren en kansrijke beroepen. Voor de langere termijn wordt gewerkt aan een stelsel van individuele leerrechten.
Ontslag, arbeidsongeschiktheid en ziekte
Het kabinet hervormt de transitievergoeding, zodat deze echt wordt ingezet voor de transitie van werk naar werk. Werkgevers die voldoende investeren in (bij-/om)scholing en re-integratie uit de Wet poortwachter betalen straks een lagere tot geen transitievergoeding. De compensatie bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid vervalt echter voor alle werkgevers per 2028. Overgangsregeling volgt.
Daarnaast werkt het kabinet werkt aan voorstellen om loondoorbetaling bij ziekte meer werkbaar te maken voor werkgevers, met name in het mkb. Ook worden (bureaucratische) belemmeringen die nu in de Wet verbetering poortwachter zitten, weggenomen.
Sociale zekerheid, pensioen en WW
Het maximum pensioengevend loon wordt vanaf 2027 tot en met 2032 bevroren op € 137.800 (bedrag 2026).
Vanaf 2028 wordt de WW-duur maximaal één jaar. Vanaf 2030 wordt de uitkeringshoogte van de WW in de eerste twee maanden verhoogd naar 80%. Tegelijk verscherpt het kabinet de referte-eis naar 42 van de 52 weken (de ‘42-van-52-eis’) en verlaagt het de opbouw van WW-rechten naar een halve maand per gewerkt jaar.
Vanaf 2029 verlaagt het kabinet het maximumdagloon met 20%. Dit betekent dat de hoogste inkomens een lagere uitkering krijgen, maar ook dat het maximumpremieloon daalt. Om financiële gevolgen (minder premieontvangst door de overheid) te compenseren komt er een lastenverzwaring, waarover het kabinet nog in overleg gaat met de sociale partners.
Transparantie, opvang en arbeidsmarkt
Het kabinet voert de Wet loontransparantie in, na reductie van onnodige administratieve lasten voor de werkgever. Ook gaat het kabinet ongewijzigd door met (bijna) gratis kinderopvang voor werkende ouders. Daarbij werkt de coalitie toe naar een structurele hervorming van het kinderopvangstelsel, waarbij de huidige kinderopvangtoeslag op termijn wordt vervangen door directe financiering van kinderopvanginstellingen.
Het kabinet onderzoekt (onorthodoxe) maatregelen om meer uren werken te laten lonen, zoals het versoepelen van de Wet onderscheidt arbeidsduur (voltijdsbonus), een arbeidskorting per uur en een meerurenvoordeel. Het verlofstelsel wordt vereenvoudigd, met het SER-advies ‘Balans in maatschappelijk verlof’ als startpunt.
Arbeidsmigratie en veiligheid
Asielzoekers met een goede kans op een verblijfsvergunning krijgen na drie maanden in de asielprocedure het recht om te werken. Kansarme asielzoekers krijgen dit recht niet.
Werkgevers betalen vanaf 2027, net als burgers, een bijdrage aan veiligheid via een verhoging van de Aof-premie. De totale opbrengst bedraagt € 1,5 miljard in 2027 en vanaf 2028 € 1,7 miljard per jaar. Voor burgers vindt inning plaats via een aanpassing van het tarief in de inkomstenbelasting. De totale opbrengst bedraagt € 1,5 miljard in 2027 en vanaf 2028 € 3,4 miljard per jaar.
Woningmarkt: plannen voor bouwen en doorstroming
Bouwen en wonen staat hoog op de agenda van de coalitie. De coalitie wil de woningbouw versnellen en doorstroming op de woningmarkt bevorderen.
Snellere bouw en minder bezwaar
Het kabinet wil bezwaarprocedures beperken door de drempels hiervoor te verhogen, één beroepsgang in te voeren en vaste uitspraaktermijnen te hanteren. Ook worden de mogelijkheden om een bouw stil te leggen beperkt.
Vereenvoudiging van regels
Via een jaarlijkse Vereenvoudigingswet vereenvoudigt het kabinet wetten en regels. Het gaat onder meer simpelere regels voor optoppen en splitsen te maken (waar mogelijk vergunningsvrij), makkelijker maken van woningdelen en verhuren van een woning in (studenten)kamers, vergunningsvrij maken van familie- en mantelzorgwoningen op eigen terrein en het wegnemen van belemmeringen voor hospitaverhuur.
Huurmarkt en fiscaliteit
Het kabinet past wet- en regelgeving aan, onder meer Wet betaalbare huur, en wijzigt het fiscale klimaat op de huurmarkt. Zo wordt het tarief in de overdrachtsbelasting voor de koop van woningen waar de particuliere koper niet zelf in gaat wonen (zoals een woning voor verhuur of vakantiewoning) per 2027 verlaagd van 8% naar 7%. De fiscale behandeling van de eigen woning blijft ongewijzigd.
Doorstroming en alternatieve woonvormen
Het kabinet werkt aan een doorstroombank of hypotheekproduct voor ouderen (doorstroomhypotheek). Daarnaast komen er objectsubsidies voor gedeelde woonvormen voor jongeren en studenten. Permanente bewoning van recreatiewoningen wordt toegestaan.
Rol woningcorporaties
De procedures voor de verkoop van woningen door woningbouwcorporaties worden eenvoudiger. Ook breidt het kabinet van de investeringscapaciteit voor deze corporaties uit via een faciliteit in de Vennootschapsbelasting (Vpb): € 250 miljoen in 2028 oplopend naar € 325 miljoen per jaar vanaf 2032.
Particulieren: fiscale en sociale maatregelen
Het coalitieakkoord bevat ook maatregelen die particulieren raken. Deze plannen hebben vaak indirect gevolgen voor ondernemers, bijvoorbeeld via privévermogen, pensioenen en sociale zekerheid.
Pensioen, zorg en sociale zekerheid
Vanaf 2033 koppelt het kabinet de AOW een-op-een aan de levensverwachting. De aftrek specifieke zorgkosten en de tegemoetkoming specifieke zorgkosten worden per 2028 volledig afgeschaft. Voor chronisch zieken komt, onder voorwaarden, via gemeenten een tegemoetkoming zorgkosten chronisch zieken beschikbaar.
Het eigen risico in de Zorgverzekeringswet stijgt in 2027 naar verwachting naar € 460. Vanaf 2028 wordt het eigen risico maximaal 150 euro per behandeling in de medisch-specialistische zorg. Daarnaast krijgen nieuwe aanvragers vanaf 2030 geen IVA-uitkering meer (uitwerking/alternatieven volgen).
Vermogen en beleggen
De coalitie wil het nieuwe box 3-stelsel op werkelijk rendement doorontwikkelen naar een vermogenswinstsystematiek. Daarnaast stimuleert het kabinet het beleggen van spaargeld in de Nederlandse economie door de introductie van een EU-beleggingsrekening en mogelijk een win-winlening.
Voor de zorgtoeslag worden de vermogensgrenzen vanaf 2028 gelijkgesteld aan het heffingsvrij vermogen in box 3.
Overige maatregelen
De verlaging van de brandstofaccijns op benzine loopt door tot en met 2027. Het kabinet onderzoekt daarnaast een hervorming van de motorrijtuigenbelasting naar oppervlakte of omvang.
Ook komt er een beter onderscheid tussen professionele organisaties en maatschappelijke verenigingen. De aansprakelijkheid van vrijwilligers wordt beperkt, de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen wordt aangepast en giften blijven fiscaal aantrekkelijk.
Tip! Hiervoor heeft u een selectie van plannen uit het coalitieakkoord gelezen. Wilt u het hele coalitieakkoord lezen, dan treft u dat hier aan.