Het kabinet is demissionair. Daarom zien we deze Prinsjesdag weinig kabinetsplannen terug in het Belastingplan 2024. De termen bestaanszekerheid en koopkracht die in de Kamer veelvuldig onderwerp van gesprek zijn, zien we wel terug. Er zijn verschillende maatregelen, zoals een verhoging van het kindgebonden budget, de huurtoeslag en de arbeidskorting. Die maatregelen worden vooral bekostigd door de lengte van de eerste tariefschijf in box 1 niet volledig te corrigeren met de inflatie en door de mkb-winstvrijstelling voor ondernemers in de inkomstenbelasting te verlagen. Wij zetten kort de tien belangrijkste fiscale voorstellen en wijzigingen op een rij voor u als ondernemer in de echte economie.
Klik snel door naar de belangrijke punten voor u:
- Eerste stap in aanscherping bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) gezet
- Twee schijven in box 2
- Verlagen mkb-winstvrijstelling
- Diverse wijzigingen box 3
- Diverse wijzigingen box 1
- Versobering Energie-investeringsaftrek (EIA)
- Minder onbelaste vergoedingen voor personeel
- Aanschaf (bestel)auto wordt duurder
- Introductie minimum uurloon
- Meer rapportageverplichtingen
1. Eerste stap in aanscherping bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) gezet
Het doel van de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) en de doorschuifregeling (DSR) is de belemmeringen van een normale (hoge) belastingdruk bij bedrijfsopvolging zoveel mogelijk weg te nemen. U kunt dus met een fiscale stimulans het stokje naar de volgende generatie doorgeven. Daarmee speelt de BOR een belangrijke rol bij de overdracht van familiebedrijven. De BOR en het bestaansrecht ervan heeft veel aandacht gekregen en er is dan ook een verscherping aangekondigd.
Per 1 januari 2024 kwalificeert verhuurd vastgoed niet meer als ondernemingsvermogen, maar als beleggingsvermogen. Verhuurd vastgoed schenken met toepassing van de BOR is dan niet meer mogelijk.
Let op! Deze aanpassing werkt door naar de omvang van het ondernemingsvermogen bij de doorschuifregeling in de inkomstenbelasting. Dit betekent dat de schenker de box 2-belastingclaim die rust op de aandelen voor dat gedeelte niet meer kan doorschuiven.
Let op! Voor 2025 en 2026 zijn verdere aanscherpingen aangekondigd, zoals de afschaffing van de doelmatigheidsmarge van 5% van het bedrijfsvermogen, dat uit beleggingen mag bestaan.
Tip! Overweegt u om uw bedrijf met toepassing van de BOR te schenken? Dan kan het raadzaam zijn om dit proces te versnellen.
2. Twee schijven in box 2
Per 1 januari 2024 wordt het uniforme tarief van box 2 van 26,9 procent vervangen door twee tarieven. Voor ontvangen dividenden tot € 67.000 geldt een tarief van 24,5 procent. Voor het bedrag daarboven is het percentage 31%. Fiscale partners profiteren twee keer van de lage schijf, wat betekent dat bijvoorbeeld een dividenduitkering van € 134.000 belast wordt tegen het lage tarief van 24,5%.
Met deze maatregel wil de regering aanmerkelijk belanghouders stimuleren vaker (jaarlijks) winsten uit te keren en niet de winsten te blijven oppotten in de bv.
Let op! Dividenduitkeringen hebben ook effect op de algemene heffingskorting, box 3 vermogen en excessief lenen. Overleg met uw adviseur of nu dividend uitkeren voordelig is, of dat het beter is om te wachten tot 2024, of later in één keer een hoger bedrag aan dividend uit te keren.
Tip! Heeft uw partner geen inkomen? Keer dan dividend uit om de algemene heffingskorting te kunnen benutten.
3. Verlagen mkb-winstvrijstelling
De mkb-winstvrijstelling is een aftrekpost op de fiscale winst in de inkomstenbelasting. Het percentage van de mkb-winstvrijstelling voor ondernemers wordt per 1 januari 2024 verlaagd van 14% (2023) naar 12,7%. Door deze maatregel betalen ondernemers in de inkomstenbelasting zoals eenmanszaken, vof’s en zzp’ers vanaf 2024 meer belasting. Ondernemers met de hoogste winsten gaan er het meest op achteruit door deze aanpassing.
Tip! Stem met uw fiscaal adviseur af of ondernemen in de inkomstenbelasting voor u nog steeds de beste keuze is.
Tip! Bekijk of u bepaalde kosten kunt uitstellen naar 2024, zodat de winst lager is en u minder belasting betaalt over deze winst.
4. Diverse wijzigingen box 3
Vooralsnog is het streven dat vanaf 2027 het daadwerkelijke rendement in box 3 wordt belast. Tot die tijd blijven fictieve rendementen het uitgangspunt. Er zijn drie categorieën: bank- en spaargelden, beleggingen en schulden.
Vanaf 2024 is wettelijk bepaald dat aandelen in Verenigingen voor Eigenaren (VvE) tot de categorie bank- en spaargeld behoren. Bezit u een appartement? Dan betaalt u daardoor mogelijk minder box 3 belasting. Ook voor gelden op een derdenrekeningen bij de notaris is deze ‘herkwalificatie’ van kracht.
Het heffingsvrij vermogen in box 3 wordt niet gecorrigeerd voor de inflatie. Daarnaast gaat het tarief in box 3 van 32% (2023) naar 34% in 2024.
Tip! Op 18 september heeft de advocaat-generaal geconcludeerd dat ook de Wet Rechtsherstel box 3 het discriminatieverbod en het eigendomsrecht schendt. Als de Hoge Raad dit advies overneemt, kan dit gevolgen hebben voor uw box 3-inkomen. Teken daarom tijdig bezwaar aan om uw rechten veilig te stellen.
Let op! Schulden en vorderingen tussen fiscale partners en tussen ouders en minderjarige kinderen behoren in 2024 tot geen enkele categorie. Deze vallen dus helemaal uit de aangifte.
5. Diverse wijzigingen box 1
De belastingheffing over inkomen uit werk en woning wordt op diverse punten verhoogd:
- De inkomstenbelasting in box 1 kent twee schijven. Vanaf 2024 wordt de tweede schijf minder geïndexeerd dan de inflatie. De indexatie is 3,55% in plaats van 9,9%. Voor gepensioneerden bestaat de inkomstenbelasting voor inkomen uit pensioen uit drie schijven. De tweede en derde schijf worden ook met 3,55% geïndexeerd in plaats van met 9,9%.
- Het tarief in de eerste belastingschijf neemt toe met 0,04% van 36,93% (2023) naar 36,97%.
- De arbeidskorting wordt met € 115 verhoogd voor inkomens rond het wettelijk minimumloon. Werkenden met een salaris tot bijna € 40.000 gaan er hierdoor op vooruit.