Koning Willem-Alexander kondigde in zijn troonrede een ‘ongekend fors maatregelenpakket van ruim 18 miljard euro voor met name de lage en middeninkomens’ aan. ‘Deze maatregelen worden onder andere gedekt door hogere belastingen op winst en vermogen, waarbij het midden- en kleinbedrijf zoveel mogelijk wordt ontzien’, zo zei Koning Willem Alexander. Als we het hele Belastingplan 2023 overzien, dan lijkt het erop dat het mkb (en de vermogenden) volgend jaar toch worden geraakt. Wij zetten kort de tien belangrijkste fiscale voorstellen en wijzigingen voor u als ondernemer in de echte economie op een rij:
Werkgever
1. Verhoging minimumloon met minimaal 10%
De voorgenomen verhoging van het minimumloon wordt naar voren gehaald. In plaats van de voorgenomen verhoging van 7,5% verspreid over drie jaren gaat het om een verhoging in één keer van minimaal 10% in 2023. Deze maatregel levert de minimumloners uiteraard meer financiële armslag op. De lasten zijn voor de werkgevers. Ook de AOW en de bijstand gaan omhoog omdat deze uitkeringen zijn gekoppeld aan het minimumloon.
2. Verhoging vrije ruimte werkkostenregeling
Door middel van de werkkostenregeling kunt u als werkgever uw personeel onbelast allerlei zaken vergoeden en verstrekken. De vrije ruimte in de werkkostenregeling wordt verruimd van 1,7% tot een loonsom van € 400.000 in 2022 naar 1,92% tot een loonsom van € 400.000 in 2023. Voor de loonsom boven de € 400.000 bedraagt de vrije ruimte 1,18% . Overschrijdt u de vrije ruimte, dan betaalt u 80% belasting via de eindheffing in de loonadministratie.
3. Hoger gebruikelijk loon
Als dga bent u verplicht om uzelf een gebruikelijk loon toe te kennen en op te nemen in de salarisadministratie van uw bv. Het gebruikelijk loon in 2022 moet volgens de wet minimaal worden vastgesteld op 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking. Of op het hoogste loon van de werknemers die in dienst zijn bij uw bv, indien één van deze bedragen meer is dan € 48.000.
Omdat dit loon lastig is om vast te stellen geldt een doelmatigheidsmarge is van 25%. Op deze wijze kan worden gekeken naar de meest vergelijkbare dienstbetrekking en mag je daar 25% vanaf halen. Deze marge wordt vanaf 2023 afgeschaft. Mogelijk moet u daarom uzelf als dga een hoger loon toekennen vanaf 2023.
Tarieven en heffingskortingen
4. Tarieven vennootschapsbelasting
De tarieven in de vennootschapsbelasting gaan omhoog en de schijflengtes omlaag. Vanaf 1 januari 2023 bedraagt het tarief tot een belastbare winst van € 200.000 19% en daarboven 25,8%. Hierdoor worden resultaten eerder in de hoogste schijf van 25,8% belast. De reden voor de verhoging is meer belasting ophalen bij winstgevende bedrijven om de lasten voor burgers te verlagen en de koopkracht te verhogen.
| Vennootschapsbelasting | 2022 | 2023 |
|---|---|---|
| Winst tot € 395.000 in 2022 / € 200.000 in 2023 | 15,0% | 19,0% |
| Winst boven € 395.000 in 2022 / € 200.000 in 2023 | 25,8% | 25,8% |
5. Tarieven inkomstenbelasting omlaag en heffingskortingen omhoog
Het tarief in de 1e schijf wordt iets verlaagd van 37,07% (2022) naar 36,93% (2023). Ook wordt de eerste tariefschijf verlengd naar € 73.071 (€ 69.398 in 2022). De heffingskortingen worden verhoogd.
Tarieven inkomstenbelasting 2022
| Belastbaar inkomen meer dan | maar niet meer dan | Tarief 2023 | |
|---|---|---|---|
| 1ste schrijf | - | € 73.071 | 36,93% |
| 2de schijf | € 73.072 | - | 49,50% |
6. Twee tarieven aanmerkelijk belang
Heeft u meer dan 5% van de aandelen, winstbewijzen of stemrecht in een vennootschap? Dan bent u aanmerkelijkbelanghouder. De inkomsten die u uit dit belang krijgt (zoals dividend) zijn belast in box 2 van de inkomstenbelasting. Het tarief bedraagt momenteel 26,9%.
Het kabinet is van plan om twee schijven te introduceren in box 2 met ingang van 2024. Namelijk 24,5% (tot € 67.000) en 31% voor het bedrag daarboven.
In 2023 blijft het tarief voor box 2 gelijk aan het tarief in 2022, namelijk 26,9%.
7. Tarief Box 3
Het tarief in box 3 wordt stapsgewijs verhoogd. In 2023 bedraagt het tarief 32% (nu 31%). In 2024 en 2025 gaat het tarief van box 3 met 1% omhoog, naar respectievelijk 33% en 34%.
Om de kleine spaarder te ontzien wordt het heffingsvrije vermogen met ingang van 2023 verhoogd van € 50.650 naar € 57.000.
Tenslotte wordt als gevolg van het Kerstarrest van de Hoge Raad en het daardoor noodzakelijke rechtsherstel de heffingsgrondslag in Box 3 aangepast. De Belastingdienst gaat hierbij uit van de werkelijke verdeling van uw vermogens over drie vermogensgroepen:
- Banktegoeden
- Overige bezittingen (onder meer beleggingen en onroerend goed)
- Schulden