Artikel

Prinsjesdag 2026: de 10 belangrijkste
fiscale wijzigingen voor ondernemers

Het kabinet heeft op Prinsjesdag het Belastingplan 2027 gepresenteerd. Grote stelselwijzigingen blijven uit, maar de optelsom van de maatregelen is voor veel ondernemers wel voelbaar. Zo nemen verschillende fiscale voordelen voor ondernemers en werkgevers verder af. Daar staan stimuleringsmaatregelen voor innovatie, verduurzaming en herstructurering tegenover. Positief is dat de bedrijfsopvolgingsregeling en de doorschuifregeling niet verder worden versoberd. Ook zien we enkele eerder besproken maatregelen niet terug in het Belastingplan 2027, zoals aanpassingen rond schenkingen onder schuldigerkenning, familieleningen en de samenloop tussen de thuiswerkvergoeding en reiskostenvergoeding.

Wat betekenen deze plannen voor uw onderneming? Bijvoorbeeld voor investeringen, uw werknemers, het wagenpark of de bedrijfsopvolging binnen de familie. In deze top 10 zetten onze fiscalisten de belangrijkste wijzigingen uit het Belastingplan 2027 op een rij en leggen zij uit wat deze voor u betekenen.

  1. Minder fiscale voordelen voor ondernemers
  2. Meer ruimte voor reiskosten, maar versobering van de WKR
  3. Fossiel rijden duurder, grens youngtimerregeling naar 20 jaar
  4. Minder inflatiecorrectie verhoogt belastingdruk in box 1
  5. Uitstel box 3 zorgt voor onzekerheid
  6. Meer steun voor innovatie en verduurzaming
  7. Fiscale stimulans voor startups en scale-ups
  8. Hogere Aof-premie door vrijheidsbijdrage
  9. Overdrachtsbelasting op beleggingswoningen naar 7%
  10. Aftrek voor specifieke zorgkosten verdwijnt in 2028

1. Minder fiscale voordelen voor ondernemers

Vanaf 2027 versobert het kabinet verschillende fiscale voordelen voor ondernemers. De zelfstandigenaftrek en startersaftrek dalen. Ook de stakingsaftrek en meewerkaftrek gaan omlaag en verdwijnen later volledig. De richting is duidelijk: het fiscale verschil tussen werknemers en zelfstandigen wordt kleiner.

De ondernemersaftrek verlaagt de winst waarover een ondernemer inkomstenbelasting betaalt. Voor verschillende onderdelen van deze aftrek geldt vanaf 2027 een verdere versobering. De zelfstandigenaftrek daalt van € 1.200 (2026) naar € 900. Daardoor stijgt de belastbare winst van ondernemers die aan het urencriterium voldoen.

Ook de startersaftrek gaat flink omlaag. Deze verhoging van de zelfstandigenaftrek voor startende ondernemers daalt per 1 januari 2027 van € 2.123 (2026) naar € 10 en wordt per 1 januari 2028 volledig afgeschaft. Ook de willekeurige afschrijving voor starters vervalt per 1 januari 2028. De startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid wordt per 1 januari 2029 afgeschaft. De huidige maximumbedragen zijn € 12.000 in het eerste jaar, € 8.000 in het tweede jaar en € 4.000 in het derde jaar. De regeling geldt voor ondernemers die niet aan het urencriterium van 1.225 uur voldoen, maar wel aan het verlaagde urencriterium van 800 uur én recht hebben op een arbeidsongeschiktheidsuitkering

De stakingsaftrek daalt in één keer van maximaal € 3.630 naar € 908. De percentages van de meewerkaftrek worden in één keer verlaagd van 1,25%, 2%, 3% en 4% naar respectievelijk 0,32%, 0,5%, 0,75% en 1%. Beide regelingen verdwijnen aan het begin van het derde kalenderjaar na het jaar waarin de verlaging ingaat. Bij inwerkingtreding per 2027 vervallen de regelingen dus per 1 januari 2030.

Vooral startende ondernemers, ondernemers die binnen enkele jaren willen stoppen en ondernemers met een meewerkende partner merken de gevolgen. De keuze voor een eenmanszaak, vof of bv vraagt daardoor opnieuw om een berekening op basis van uw concrete winst en persoonlijke situatie.

Let op! Laat bij grotere veranderingen in uw winst, samenwerking of bedrijfsopvolging opnieuw berekenen welke rechtsvorm bij uw onderneming past.

Tip! Door het hogere verzamelinkomen kunnen ook toeslagen veranderen. Controleer daarom voor 2027 en 2028 tijdig uw geschatte inkomen voor de toeslagen. Maakt u gebruik van de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid? Controleer uw geschatte inkomen dan ook voor 2029.

2. Meer ruimte voor reiskosten, maar versobering van de WKR

Werkgevers mogen met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2026 maximaal € 0,25 per zakelijke kilometer onbelast vergoeden. Dat was € 0,23. De verhoging geldt ook voor woon-werkverkeer. Het kabinet legt de verhoging nu vast in de wet met terugwerkende kracht.

De verhoging betekent niet automatisch dat iedere werknemer recht heeft op € 0,25 per kilometer. Dat hangt af van de arbeidsovereenkomst, cao en het eigen mobiliteitsbeleid. Voor werkgevers kan een hogere vergoeding dus leiden tot hogere loonkosten.

Tegenover deze verruiming staat een versobering van de werkkostenregeling (WKR). De gerichte vrijstelling voor branche-eigen producten vervalt. Werkgevers mochten werknemers tot nu toe onbelast 20% personeelskorting geven over de waarde in het economisch verkeer geven, tot maximaal € 500 per jaar. Deze vrijstelling verdwijnt. De korting kan nog wel ten laste van de vrije ruimte worden gebracht. Overschrijdt u de vrije ruimte? Dan betaalt u over het bedrag daarboven 80% eindheffing.

De vrije ruimte over de eerste € 400.000 fiscale loonsom stijgt per 1 januari 2027 van 2% naar 2,16%. Daardoor krijgt u maximaal € 640 extra vrije ruimte per jaar. Deze verhoging is al eerder aangenomen en maakt dus geen onderdeel uit van het Belastingplan 2027.

Tip! Pas het personeelshandboek, declaratiebeleid en de salarisadministratie tijdig aan en beoordeel of een hogere kilometervergoeding financieel en arbeidsvoorwaardelijk wenselijk is. Maakt uw organisatie gebruik van personeelskorting op branche-eigen producten? Bekijk dan wat het vervallen van deze vrijstelling betekent, vooral in de detailhandel en industrie.

3. Fossiel rijden duurder, grens youngtimerregeling naar 20 jaar

Stelt u als werkgever vanaf 2027 een personenauto met uitstoot ook voor privégebruik beschikbaar aan een werknemer? Dan krijgt u te maken met een pseudo-eindheffing van 12% van de cataloguswaarde. Deze heffing komt boven op de bijtelling van de werknemer en mag u niet doorberekenen aan de werknemer. Voor auto’s die al vóór 1 januari 2027 ter beschikking zijn gesteld, geldt overgangsrecht.

Na overleg met de sector worden vier aanpassingen voorgesteld. Zo geldt de heffing niet voor vervangend vervoer tijdens de eerste veertien kalenderdagen van onderhoud of reparatie. Ook handgeschakelde lesauto’s worden uitgezonderd. Tot 31 december 2030 geldt ook een uitzondering voor een fossiele personenauto die een werkgever maximaal één keer per kalenderjaar voor maximaal zeven aaneengesloten dagen voor privédoeleinden ter beschikking stelt. Bijvoorbeeld bij een kortdurend gehuurde auto of deelauto. Als laatste wordt het overgangsrecht voor fossiele personenauto’s die al vóór 1 januari 2027 ter beschikking zijn gesteld verlengd tot en met 31 december 2030. Naast deze aanpassingen komt er per 1 januari 2027 een zogenoemde anticumulatiebepaling die voorkomt dat deze heffing ook bij de vertrekvergoeding nogmaals belast wordt.

De youngtimerregeling wordt geleidelijker versoberd dan eerder was vastgelegd. De bijtelling blijft gebaseerd op de waarde in het economisch verkeer, maar de leeftijdsgrens stijgt in 2027 van 16 jaar naar 17 jaar en vanaf 2028 naar 20 jaar. De eerder voorziene snelle verhoging naar 25 jaar gaat daarmee niet door. Voor auto’s die uiterlijk op 31 december 2025 al ter beschikking zijn gesteld en die in 2027 17 jaar worden, geldt overgangsrecht. Deze auto’s mogen de youngtimerregeling gedurende heel 2027 blijven toepassen. Vanaf 1 januari 2028 geldt de regeling alleen nog voor auto’s ouder dan 20 jaar.

Voor werkgevers wordt de keuze voor een zakelijke auto daardoor belangrijker. De contractduur, aandrijving en het moment waarop een auto voor het eerst ter beschikking wordt gesteld, kunnen grote fiscale gevolgen hebben. Een bestaande leaseplanning kan daardoor veel duurder of juist aantrekkelijker uitpakken.

Tip! Breng vóór nieuwe leasebeslissingen de totale werkgeverskosten, werknemersbijtelling, looptijd en fiscale overgangsregels goed in kaart.

4. Minder inflatiecorrectie verhoogt belastingdruk in box 1

Box 1 belast onder meer loon, pensioen en winst uit onderneming. Normaal gesproken stijgen de grenzen van de belastingschijven en verschillende heffingskortingen mee met de inflatie. Zo blijft de belastingdruk normaal gesproken gelijk als het inkomen stijgt in lijn met de inflatie.

In 2027 en 2028 past het kabinet de inflatiecorrectie slechts gedeeltelijk toe. Zonder deze maatregel zou de inflatiecorrectie voor 2027 2,6% bedragen. Daarvan wordt 48% toegepast. Hierdoor stijgen schijfgrenzen en heffingskortingen minder mee met de inflatie.

Tegelijkertijd wijzigen de box 1-tarieven. Voor belastingplichtigen jonger dan de AOW-leeftijd stijgt het tarief in de eerste schijf van 35,75% in 2026 naar 36,23% in 2027. Het tarief in de tweede schijf stijgt van 37,56% naar 38,16%. Het tarief in de derde schijf blijft 49,50%. De eerste schijfgrens stijgt van € 38.883 naar € 39.247. De tweede schijfgrens blijft € 78.426

Door de verhoging van de tarieven en beperkte indexering stijgt de belastingdruk in Box 1. Dit effect wordt beperkt voor woningbezitters die de hypotheekrente tegen een hoger tarief kunnen aftrekken.

Let op! Beoordeel loon, dividend en winst altijd in samenhang. De algemene heffingskorting hangt af van het verzamelinkomen en kan ook door een dividenduitkering dalen.

5. Uitstel box 3 zorgt voor onzekerheid

Box 3 belast privévermogen, zoals spaargeld, beleggingen en een tweede woning. In het huidige stelsel berekent de Belastingdienst het rendement grotendeels met forfaits. Is uw werkelijke rendement lager, dan kunt u onder voorwaarden tegenbewijs leveren.

Het kabinet heeft de behandeling van het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 voorlopig uitgesteld. In de Voorjaarsnota 2027 komt het kabinet met een nieuw voorstel. Daardoor wordt de beoogde invoering per 1 januari 2028 niet gehaald of blijft deze datum op zijn minst onzeker. Het kabinet onderzoekt opnieuw of een vermogenswinstbelasting beter past dan een vermogensaanwasbelasting.

Bij een vermogensaanwasbelasting telt ook een nog niet gerealiseerde waardestijging jaarlijks mee. Bij een vermogenswinstbelasting volgt heffing pas bij verkoop. Voor ondernemers en dga’s met beleggingen, verhuurd vastgoed of andere moeilijk verkoopbare bezittingen maakt dat een groot verschil.

Zolang geen nieuw stelsel geldt, blijft een goede administratie van rente, dividend, huur, kosten en waardeveranderingen belangrijk. Deze gegevens zijn nodig voor de tegenbewijsregeling én voor de afweging tussen beleggen in privé of via een bv.

Tip! Wacht niet op het nieuwe stelsel. Leg het werkelijke rendement per vermogensbestanddeel jaarlijks vast en bewaar onderliggende documenten.

Geschreven door:

mr. M.P. (Mariëlle) Spuijbroek partner en fiscaal jurist
Meer over mij
Whitepaper
Uurtje Wijzer Belastingplan 2025 in Naaldwijk

Whitepaper Belastingplan 2027

Zoals u van ons gewend bent, hebben Moore DRV en Moore MKW de belangrijkste wijzigingen uit het Belastingplan per thema verzameld in dit whitepaper. Het gaat om voorstellen van het kabinet die de komende periode door de Tweede en Eerste Kamer worden behandeld. De voorgestelde maatregelen treden per 1 januari 2027 in werking, tenzij anders is vermeld.

Bekijk het whitepaper

6. Meer steun voor innovatie en verduurzaming

Het kabinet maakt verschillende fiscale regelingen voor investeringen en innovatie aantrekkelijker. Zo stijgt de energie-investeringsaftrek per 1 januari 2027 van 40% naar 45,5%. Investeert u in kwalificerende energiezuinige bedrijfsmiddelen? Dan mag u daardoor een groter deel van uw investering extra aftrekken van de winst.

Ook de afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk wordt verruimd. Het forfaitaire uurloon stijgt van € 29 naar € 33.  Deze regeling verlaagt de loonheffing die u als werkgever afdraagt als uw medewerkers werken aan technisch nieuwe producten, processen of programmatuur.

Maakt uw onderneming gebruik van de innovatiebox? Ook deze regeling wordt aantrekkelijker. Vanaf 1 januari 2027 stijgt het maximale forfaitaire bedrag van € 25.000 naar € 100.000 per jaar. Het forfait blijft maximaal 25% van de winst.  Ook de huidige toepassingsduur van drie jaar verandert niet. Hierdoor kunt u een groter deel van uw winst tegen het lagere innovatieboxtarief laten belasten.

Tip! Wilt u gebruikmaken van de energie-investeringsaftrek? Controleer vóórdat u verplichtingen aangaat of het bedrijfsmiddel op de energielijst staat. Dien vervolgens uw aanvraag binnen de geldende termijn in bij de RVO.

7. Fiscale stimulans voor startups en scale-ups

Om innovatie en groei van specifieke jonge ondernemingen te stimuleren, introduceert het kabinet een aantrekkelijke fiscale regeling voor aandelenopties van werknemers bij startups en scale-ups. In principe betaalt de werknemer de belasting wanneer diegene de aandelen uit de opties daadwerkelijk verkoopt. Na aftrek van de uitoefenprijs die aan de aandelen is toe te rekenen, wordt onder voorwaarden slechts 65% van het voordeel belast als loon. Verkoopt de werknemer het aandelenoptierecht zelf? Dan geldt deze lagere grondslag niet. De werknemer kan ook schriftelijk kiezen voor eerdere belastingheffing  op het moment van uitoefening van het optierecht of zodra de aandelen verhandelbaar zijn.

De regeling geldt alleen voor ondernemingen die kwalificeren als start-up of scale-up en een beschikking hebben van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Deze beschikking is vanaf de dagtekening acht jaar geldig. Onder voorwaarden kunt u de beschikking steeds met vijf jaar verlengen, tot een totale looptijd van maximaal 23 jaar. Daarnaast geldt in principe een minimale periode van twee jaar tussen de toekenning van het aandelenoptierecht en de verkoop van dit recht of de aandelen die daaruit voortkomen. Verkoopt de werknemer eerder vanwege een verkoop op beursgang van de onderneming? Dan geldt een uitzondering.

De regeling moet op 1 januari 2027 ingaan. De definitieve inwerkingtreding vindt plaats op een tijdstip dat bij bij koninklijk besluit wordt bepaald. Voor aandelenoptierechten die op of na 17 april 2025 zijn toegekend, geldt mogelijk overgangsrecht. Daarvoor moeten de aandelenoptierechten op 31 december 2026 nog niet in de loonbelasting zijn betrokken en moet aan de overige voorwaarden zijn voldaan. In dat geval moet uw onderneming de beschikking uiterlijk op 31 december 2027 aanvragen.

Tip! Onderzoek tijdig of uw onderneming in aanmerking komt voor een RVO-beschikking. Beoordeel daarnaast of werknemersparticipatie u kan helpen om talent aan te trekken, te belonen en te behouden.

8. Hogere Aof-premie door vrijheidsbijdrage

Ook werkgevers leveren een zogenoemde vrijheidsbijdrage om de stijgende defensie-uitgaven te bekostigen. Het kabinet wil deze lastenverzwaring grotendeels innen via een verhoging van de premie voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof). Volgens de raming levert deze verhoging in 2027 € 1,5 miljard aan extra premieopbrengsten op. Vanaf 2028 gaat het structureel om € 1,7 miljard per jaar.

De hoge en lage Aof-premiepercentages staan nog niet vast. De premiepercentages worden later bekendgemaakt, tegelijk met de jaarlijkse premiepercentages voor de werknemersverzekeringen. Daardoor is nog niet duidelijk hoeveel uw werkgeverslasten precies stijgen.

Tip! Houd in uw personeelsbegroting voor 2027 rekening met hogere werkgeverslasten.  Pas uw loonkostenberekening aan zodra de hoge en lage Aof-premiepercentages voor 2027 officieel zijn vastgesteld.

9. Overdrachtsbelasting op beleggingswoningen naar 7%

Koopt u een woning waarin u niet zelf duurzaam gaat wonen? Dan betaalt u overdrachtsbelasting tegen het algemene woningtarief. Dit geldt bijvoorbeeld voor een verhuurde woning of vakantiewoning. Per 1 januari 2027 daalt dit tarief van 8% naar 7%. Het tarief van 2% voor een woning waarin u zelf gaat wonen en de startersvrijstelling blijven ongewijzigd.

Voor bedrijfspanden geldt deze verlaging niet. Bij gemengde objecten, transformaties en projectontwikkeling kan discussie ontstaan over welk deel als woning kwalificeert. Het gebruik en de staat van het object op het moment van verkrijging spelen daarbij een belangrijke rol.

Door de tariefsverlaging kan het interessant zijn om opnieuw naar het moment van transactie te kijken. Houd daarbij ook rekening met andere factoren, zoals financiering, rendement, btw en de juridische structuur.

Tip! Laat vóór ondertekening van de koopovereenkomst beoordelen welk tarief voor uw situatie geldt. Onderzoek daarbij of het zinvol en haalbaar is om de juridische levering uit te stellen tot na 1 januari 2027.

10. Aftrek voor specifieke zorgkosten verdwijnt in 2028

Bepaalde niet-vergoede zorgkosten zijn nu onder voorwaarden aftrekbaar in de inkomstenbelasting. Denk aan specifieke geneesmiddelen, hulpmiddelen, dieetkosten, vervoer en extra gezinshulp. De aftrek geldt pas nadat rekening is gehouden met vergoedingen en een inkomensafhankelijke drempel.

Het kabinet schaft de aftrek voor specifieke zorgkosten per 1 januari 2028 af. Ook de daaraan gekoppelde regeling tegemoetkoming specifieke zorgkosten, de TSZ-regeling, verdwijnt. Voor mensen met een chronische ziekte werkt het kabinet aan een gerichte compensatieregeling. Het wetsvoorstel kent geen overgangsrecht. De maatregel raakt vooral mensen met een chronische ziekte, beperking of structureel hoge niet-vergoede zorgkosten. Ook ondernemers en dga’s kunnen hierdoor privé met hogere nettolasten te maken krijgen. Het financiële effect verschilt sterk, omdat niet iedere zelfbetaalde zorguitgave nu aftrekbaar is.

Tip! Breng terugkerende aftrekbare zorgkosten in kaart. Zo wordt zichtbaar welk belastingvoordeel vanaf 2028 mogelijk wegvalt en in hoeverre een toekomstige compensatieregeling daarin voorziet.

Wat betekenen de plannen in algemene zin?

Het Belastingplan 2027 kiest niet voor één grote stelselwijziging. Het kabinet past bestaande regelingen stap voor stap aan. Ondernemersfaciliteiten nemen af en werkgevers krijgen extra lasten bij fossiele mobiliteit. Tegelijkertijd blijft ondersteuning beschikbaar voor innovatie, energiebesparing en bepaalde herstructureringen. Voor waterintensieve bedrijven kan daarnaast het vervallen van het heffingsplafond voor leidingwater tot een aanzienlijke kostenstijging leiden. Daarnaast ontbreken enkele maatregelen die eerder wel werden verwacht.

Voor het mkb zit de impact daarom vaak in de samenloop. Een hogere reiskostenvergoeding kan samengaan met minder ruimte in de werkkostenregeling. Een bedrijfsopvolging raakt niet alleen de bedrijfsopvolgingsregeling, maar ook financiering, schenkingen, leningen en de aandelenstructuur. En bij dga grijpen loon, dividend, box 2, box 3 en leningen van de bv op elkaar in.

De belangrijkste boodschap is dan ook: kijk niet alleen naar de losse maatregel. Beoordeel wat de wijzigingen gezamenlijk betekenen voor uw onderneming, uw werknemers en uw privépositie. Met een tijdige voorbereiding voorkomt u dat de gevolgen van een fiscale wijziging pas zichtbaar worden wanneer bijsturen niet meer mogelijk is.

Aangepaste datum: 18 september 2026

mr. M.P. (Mariëlle) Spuijbroek

partner en fiscaal jurist
Meer over mij

Meer weten over het Belastingplan 2027?

Wilt u weten wat de belastingplannen voor uw onderneming betekenen? Neem dan contact op met uw adviseur van Moore DRV of Moore MKW. Samen brengen we de gevolgen in kaart en bepalen we welke acties passen bij uw plannen.

  •  *
  •  *
  •  *
  •  *
  •  *
  •  *

Geschreven door:

mr. M.P. (Mariëlle) Spuijbroek partner en fiscaal jurist
Meer over mij