Koning Willem-Alexander kondigde in zijn troonrede een ‘plusje’ in koopkracht aan voor alle doelgroepen. Waar dit vorig jaar voor een groot deel voor rekening kwam van het mkb, wordt deze groep ondernemers dit jaar ontzien. Verder werd er beloofd de vele, complexe regels en procedures te verminderen en te versimpelen. Maar in het Belastingplan 2025 zien we daar nog weinig van terug. Wat wel in het oog springt, is de introductie van een lagere tariefschijf in box 1, de verhoging van de btw per 1 januari 2026 op onder andere cultuur, hotels en boeken en de aanpassing van de 30%-regeling voor expats naar een 27%-regeling. Wij zetten kort de tien belangrijkste fiscale voorstellen en wijzigingen op een rij voor u als ondernemer in de echte economie.
- Verlaging hoge tarief tweede schijf van box 2
- Afschaffing verlaagd btw-tarief kunst, cultuur, sport en hotelovernachtingen per 1 januari 2026
- Verlaging overdrachtsbelasting voor woningen niet in eigen gebruik
- Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR)
- Terugdraaiing versobering 30% regeling voor expats
- Tariefkorting motorrijtuigenbelasting emissievrije personenauto
- Afschaffing van de giftenaftrek in de vennootschapsbelasting
- Introductie derde schijf inkomstenbelasting
- Box 3 tarief gaat toch niet omlaag
- Wijzigingen in de earningsstrippingmaatregel
1. Verlaging hoge tarief tweede schijf van box 2
Sinds 1 januari 2024 is het uniforme tarief van box 2 vervangen door twee tarieven. Voor ontvangen dividenden tot € 67.000 geldt in 2024 een tarief van 24,5%. Dit tarief blijft in 2025 gelijk, maar geldt dan voor dividenden tot € 67.804. Voor 2024 werd het tarief van de tweede schijf eind 2023 op het laatste moment nog gewijzigd van de oorspronkelijk voorgestelde 31% naar 33%. Deze wijziging wordt nu met ingang van 2025 teruggedraaid. In 2024 geldt nog een tarief van 33% in de tweede schijf, vanaf 2025 is een tarief van 31% in de tweede schijf voorgesteld.
Tip! Fiscale partners profiteren twee keer van het tarief van de eerste lage schijf, wat betekent dat een dividenduitkering van € 134.000 in 2024belast wordt tegen het lage tarief van 24,5%. In 2025 geldt het lage tarief van 24,5% bij fiscale partner tot een dividenduitkering van € 135.608.
Let op! Vanaf 2025 hebben dividenduitkeringen ook effect op de afbouw van de algemene heffingskorting. De algemene heffingskorting zal vanaf 2025 over het algemeen dalen of kan zelfs nihil worden door een dividenduitkering. Daarnaast heeft een dividenduitkering, ook in 2024 al, effect op de Wet excessief lenen (ook wel de dga-taks) en de hoogte van het box 3-vermogen. Overleg daarom met uw adviseur om te bepalen wat in uw situatie de meest voordelige dividenduitkering is in 2024.
2. Afschaffing verlaagd btw-tarief kunst, cultuur, sport en hotelovernachtingen per 1 januari 2026
Het verlaagde btw-tarief van 9% voor cultuur, media, logies (hotels, vakantiewoningen en stacaravans), boeken en sport vervalt vanaf 1 januari 2026. Het algemene btw-tarief van 21% wordt dan van toepassing. Bij niet-winstbeogende sportverenigingen blijft de vrijstelling van toepassing.
Tip! Er zijn enkele uitzonderingen: bioscopen, circussen, kampeerterreinen en dagrecreatie (attractieparken, speel- en siertuinen en dierentuinen) blijven onder het verlaagde btw-tarief van 9% vallen.
Let op! De aanpassing van het btw-tarief is afhankelijk van het moment waarop de dienst wordt geleverd en dus niet van het moment waarop de dienstverrichter de betaling ontvangt. Als u in 2025 bijvoorbeeld een ticket voor een theatervoorstelling verkoopt voor een voorstelling die in 2026 plaatsvindt, geldt in 2025 al het algemene tarief van 21%.
3. Verlaging overdrachtsbelasting voor woningen niet in eigen gebruik
Het algemene tarief van de overdrachtsbelasting van 10,4% wordt per 1 januari 2026 verlaagd naar 8% voor woningen die niet in eigen gebruik zijn. Deze tariefsverlaging geldt niet voor bedrijfspanden. Voor woningen die wel in eigen gebruik zijn, blijft onder de daarvoor nu al geldende voorwaarden, het tarief voor de overdrachtsbelasting 2% gelden. Voor starters onder de 35 jaar blijft onder de daarvoor nu al geldende voorwaarden, de eenmalige vrijstelling van overdrachtsbelasting gelden.
Let op! Deze verlaging is nog niet opgenomen in een concreet wetsvoorstel, maar wordt opgenomen in een op een later moment (beoogd in oktober 2024) in te dienen wetsvoorstel.
4. Aanpassingen in bedrijfsopvolgingsregeling (BOR)
Het doel van de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) en de doorschuifregeling (DSR) is bij reële bedrijfsoverdrachten te voorkomen dat de continuïteit van de onderneming in gevaar komt door de belastingdruk. U kunt daarom met een fiscale stimulans het stokje naar de volgende generatie doorgeven. De BOR en DSR spelen een belangrijke rol bij de overdracht van familiebedrijven, maar let daarbij wel op de wijzigingen die eind 2023 al zijn aangenomen en de extra wijzigingen die zijn aangekondigd.
Het kabinet stelt voor om per 1 januari 2025 de verplichte voortzettingstermijn te verkorten van vijf naar drie jaar. Als dit voorstel wordt aangenomen, betekent dit dat voor verkrijgingen die zich voordoen vóór 1 januari 2025 een voortzettingstermijn blijft gelden van vijf jaar, terwijl voor verkrijgingen vanaf 1 januari 2025 dan een voortzettingstermijn van drie jaar geldt.
Vanaf 1 januari 2026 worden onder andere de volgende aanpassingen voorgesteld:
- Beperken van de BOR en DSR voor aandelen tot gewone aandelen met een minimaal belang van 5%. Onder meer opties en winstbewijzen kwalificeren dan niet meer voor de BOR en DSR voor aandelen.
- Vereenvoudiging van de herstructureringen gedurende de bezits- en voortzettingstermijn.
- Een langere bezitstermijn voor schenkers en erflaters, die later dan 2 jaar na hun AOW-leeftijd met de onderneming zijn gestart.
- Aanpak van onbedoeld gebruik van dubbele BOR.
Let op! Sinds 1 januari 2024 kwalificeert aan derden ter beschikking gesteld (waaronder verhuur) vastgoed al standaard niet meer als ondernemingsvermogen. Dergelijk vastgoed schenken of erven met toepassing van de BOR is sindsdien niet meer mogelijk.
5. Terugdraaiing versobering 30% regeling voor expats
Werknemers die naar Nederland komen en voldoen aan de criteria, kunnen aanspraak maken op de 30%-regeling. Hierdoor ontvangen zij maximaal 30% van hun salaris onbelast. In het Belastingplan 2024 was een versobering aangekondigd in stappen naar 10% (de zogenaamde ‘30-20-10-regeling’). Deze versobering wordt grotendeels teruggedraaid, maar daarnaast wordt een hogere salarisnorm ingesteld.
Per 1 januari 2027 wordt een constant forfait ingevoerd van 27% voor maximaal 5 jaar. In de jaren 2025 en 2026 geldt voor alle werknemers die voldoen aan de criteria een percentage van 30%.
De salarisnorm wordt vanaf 2027 verhoogd van € 46.107 (bedrag in 2024) naar € 50.436 . Voor ingekomen werknemers die jonger zijn dan 30 jaar en een master hebben, wordt de salarisnorm verhoogd van € 35.048 (bedrag in 2024) naar € 38.338 .
Let op! Voor werknemers, die al vóór 2024 de 30%-regeling toepassen, geldt gedurende de gehele looptijd het percentage van 30%. Daarnaast blijft voor hen de oude (geïndexeerde) inkomensnorm gelden. Zij worden dus niet vanaf 2027 geconfronteerd met 27% en een hogere salarisnorm..
Let op! Deze wijzigingen zijn nog niet opgenomen in een concreet wetsvoorstel, maar worden opgenomen in een op een later moment (beoogd in oktober 2024) in te dienen wetsvoorstel.